Krawinkel, H. Job |
||
| Gediskwalificeerd: | ja | |
|---|---|---|
| Cultusobject: | H. Job |
Open Street Maps
|
| Datum: | 10 mei | |
| Periode: | ca 1775 - 1948 | |
| Religieuze context: | Christelijk | |
| Locatie: | St. Janskluis | |
| Adres: | Kluis 1, 6165 EL Geleen | |
| Gemeente: | Sittard-Geleen | |
| Provincie: | Limburg | |
| Bisdom: | Roermond | |
| Samenvatting: |
Verering, maar geen bedevaart, voor St. Job in Krawinkel. |
|
| Auteur: | Willemijn van den Bosch & Frank van der Ploeg; Geert Vink, Egbert ter Heine | |
| Illustraties: | ||
| Topografie |
- De Sint Janskluis werd bij de splitsing van de wegen uit Neerbeek naar Oud-Geleen enerzijds en de weg naar ten Eysden gebouwd en stond lange tijd als enig gebouw tussen de graanvelden. De opdrachtgeefster was prinses Maria-Dorothea van Salm (1667-1732), die het graafschap Geleen van haar grootvader Arnold V Wolfgang Huyn had geërfd. Twee krulankertjes boven de oostelijke ingang wijzen op de bouw van de kapel (1699). In haar huidige vorm is het een eenvoudig eenbeukig gebouw met een schuin dak en een kleine toren, opgetrokken uit baksteen, met brede banden en hoekblokken van mergel. De dakruiter dateert uit de tweede helft van de 18de eeuw. |
|
| Cultusobject |
- Schilderij, met een voorstelling van Job op de mestvaalt. Het schilderij bevindt zich links achter het altaar. Job is afgebeeld overdekt met zweren. Boven zijn hoofd hangt de duivel, met vuur in zijn rechterhand. Het doek is in de 18e eeuw geschilderd door een onbekende kunstenaar. Het schilderij is gerestaureerd in 1987-1988 in het Restauratie-atelier Rolduc bij Kerkrade. Het schilderij heeft een pendant met een voorstelling van De onthoofding van St. Johannes de Doper. |
|
| Verering |
- Job, in de volksmond "Zjwère Job" genoemd, werd aangeroepen tegen zweren en brandwonden. Volgens Schrijnemakers werd in Geleen de H. Job verward met Lazarus uit het leven van Jezus vanwege de gelijkenis tussen beide verhalen. De Kluis werd in 1699 gebouwd en gewijd aan de H. Lazarus. Broeder Nicolaas Gielen (1714-1781) nam in 1739 zijn intrek in de Kluis. In 1759 ondernam hij een pelgrimstocht naar Rome waarvan hij relikwieën (waarschijnlijk van de H. Lazarus) meebracht. Hij verzocht hierna de bisschop van Roermond dikwijls om elke vrijdag aan het altaar van de kluiskapel een H. Mis aan de H. Lazarus te laten opdragen en de meegebrachte relikwieën ter verering te mogen uitstallen. |
|
| Bronnen en literatuur |
Archieven: Geleen, gemeentearchief: nrs. 2283-2286, vnl. over (geplande) restauraties. Geleen, parochiearchief van de HH. Marcellinus en Petrus. |
|
| Laatste mutatie | 20-04-2026 | |
|
naar het KDC, voor aanvullingen en
commentaar. |
||


