's-Hertogenbosch, H. Quirinus

Gediskwalificeerd: ja
Cultusobject: H. Quirinus Open Street Maps
Datum: 1 mei
Periode: Tot circa 1900
Religieuze context: Christelijk
Locatie: Voormalige parochiekerk St. Jacob te 's-Hertogenbosch
Adres: Jeroen Boschplein, 5211 ML 's-Hertogenbosch
Gemeente: 's-Hertogenbosch
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting:

In de kapel, later parochiekerk  St. Jacob heeft een verering voor de H. Quirinus bestaan, waarvan de oudste gegevens dateren uit de 16e eeuw. De kapel was gebouwd voor pelgrims naar Santiago de Compostela. In hoeverre men voor de H. Quirinus van buiten de parochie kwam is niet duidelijk. In de 19e eeuw werd water gewijd en lieten lijders aan allerlei ziekten zich overlezen, maar vooral kinderen met dauwworm. 

Auteur: Ottie Thiers
Illustraties:
Topografie

- Omstreeks 1430 kreeg de St. Jacobsbroederschap te ’s-Hertogenbosch toestemming van paus Martinus V om een kapel met hospitium op te richten, bedoeld voor doortrekkende pelgrims naar Santiago de Compostela, en voor teruggekeerde Bossche pelgrims die ondersteuning behoefden. Deze kapel werd gebouwd aan het Hinthamereinde, de tegenwoordige Bethaniestraat. Een bijzondere gebeurtenis was de verheffing in 1569 van de Jacobskapel (tegelijk met twee andere bestaande kapellen in de stad) tot parochiekerk, te meer als men bedenkt dat tot dan toe de gehele stad onder de parochie St. Jan viel. De Jacobskerk werd in 1584 vergroot tot een driebeukige kerk. Van 1629 tot 1650 werd ze gebruikt voor de protestantse eredienst. Nadien deed het gebouw dienst als begraafplaats, wagenhuis, paardenstal, arsenaal, kazerne en van 1924 tot 1986 als provinciaal museum. Sinds 1988 is de gemeentelijke Bouwhistorische en Archeologische Dienst erin gehuisvest. Het gebouw heeft in die periode diverse verbouwingen ondergaan, maar de grondvorm is behouden gebleven.
- Vlakbij de geconfisqueerde St. Jacobskerk richtten de katholieken na 1629 een schuilkerk in, in een pand genaamd ‘de Maghed van Den Bossche’ aan de Hinthamerstraat. Het voorhuis diende als pastorie, de kerk lag op het achtererf. Er waren twee uitgangen, een aan de St. Jacobsstraat en een Achter den Dove ofwel het Fraterstraatje (nu het kerkplein). Het interieur was voorzien van drie altaren en een drietal gaanderijen. Deze kerk werd van 1644 tot 1741 bediend door dominicanen, daarna door wereldheren. In 1803 maakte de schuilkerk plaats voor nieuwbouw, waarvoor een groot deel van het meubilair werd aangeschaft in Antwerpen. Over dit omstreeks 1846 weer afgebroken gebouw is vrijwel niets meer bekend.
- Een wijziging van de parochiegrenzen in 1842 ten koste van de parochie St. Jan, en ten gunste van de overige parochies, leidde namelijk opnieuw tot afbraak en nieuwbouw. Architect Arnoldus van Veghel ontwierp een centraalbouw-kerk in waterstaatstijl, met een achtkantig houten puntdak op de viering, die in 1846 werd voltooid. Het interieur werd beschilderd naar een ontwerp van P.J.H. Cuypers.
- In 1905 bleek ook deze kerk bouwvallig en te klein, zodat wederom besloten werd tot nieuwbouw. Bouwpastoor Prinsen stelde als voorwaarde aan de architecten Jos Cuypers en Jan Stuyt, dat de nieuw te bouwen kerk niet mocht lijken op de St. Jan, en dat men zich moest houden aan centraalbouw. Uit hun ontwerp voor een koepelkerk spreekt een Byzantijnse invloed. De kerk werd in 1907 in gebruik genomen, in 1923 werd een toren toegevoegd en in 1927 een frontgevel met voorportaal. In 1931 is door afbraak van een aantal huizen aan de voorzijde van de kerk aan de Hinthamerstraat een kerkplein gerealiseerd.
- In 1972 is de parochie St. Jacob opgeheven en ondergebracht in de parochie Binnenstad. De kerk bleef voor de eredienst in gebruik. Van 1991-1993 is de kerk, als Rijksmonument, van binnen en van buiten gerestaureerd. Sindsdien nam het multifunctioneel gebruik toe: er waren regelmatig concerten, lezingen en bijzondere vieringen. In 2002 is het gebouw aan de eredienst onttrokken. 

Cultusobject

Pastoor Verhoeven vroeg zich in de negentiende eeuw af welke Quirinus eigenlijk werd vereerd. Hij kwam tot de conclusie dat het Quirinus van Neuß moest zijn, dit op grond van de in de Jacobskerk gebruikelijke feestdag 1 mei. 30 april is de dag van de translatio van de relieken naar Neuß, waar de schrijn op 1 mei wordt rondgedragen. In Duitsland en in de buurt van Leuven, zo ontdekte hij, vereerde men Quirinus van Neuß eveneens op 30 april en 1 mei.
- Relieken: er bevinden zich geen relikwiebrieven in het parochiearchief.
- Beelden: Inventarislijsten uit de periode 1874-1912 vermelden een groot en een klein beeld van de H. Quirinus. Een nieuw groot beeld is op 5 augustus 1885 geschonken door de weduwe van Hendricus Spierings (geboren Maria van der Steen). Het werd voor f 220 gemaakt door Antonius Goossens, tegelijk met een kort tevoren geschonken beeld van de Onbevlekte Ontvangenis. Deze twee beelden stonden omstreeks 1900 in het priesterkoor. 
Het kleine beeld diende ter uitstelling op de feestdag. 
In de in 1907 gebouwde kerk is voorzover bekend geen beeld of afbeelding van H. Quirinus opgenomen.
 

Verering

In de oudste kapel, gebouwd in de vijftiende eeuw, stonden drie altaren, waarvan één gewijd was aan de H. Quirinus. Het stichtingsjaar is niet bekend, de oudste vermelding is uit 1530. Er was een broederschap aan verbonden. 
Petrus Verhoeven, sinds 1856 kapelaan in de St-Jacobskerk, was er van1874 tot zijn overlijden in 1895 pastoor. Hij besteedde in het parochiememoriaal uitgebreid aandacht aan de verering van H Quirinus: 
‘Er bestaat sedert onheuglijke tijden in de parochie van St Jacob het gebruik om, ter eere van den H. Quirinus martelaar, wiens feest gevierd wordt den 1 mei, zieken te overlezen. Hoewel allerlei soort van zieken zich laten overlezen en dikwijls met het beste, zelfs wonderdadig gevolg, zijn het nogthans vooral kinderen, die met den dauwworm behept zijn, en die dan ook doorgaans met het eindigen der noveen genezen zijn. 
Er wordt water ter eere van den H. Quirinus gewijd, en van dat water moet de zieke gebruiken. De devotie tot den H. Quirinus schijnt oud te zijn in deze parochie, want in de oude kapel was er in de XV eeuw reeds een altaar toegewijd aan dezen heilige.
Wijl er geene authentieke stukken worden gevonden, waarin melding gemaakt wordt van dat overlezen van zieken, daarom schijnt de Weleerwaarde heer P. Kemps [de voorganger van Verhoeven] in 1837, (en ook ik in 1874) de geestelijke overheid geconsulteerd te hebben, wat er mede te doen?? Zijne Eerwaarde en ook ik hebben hetzelfde antwoord gekregen, namelijk, dat wij er mede moesten voortgaan.
Boeten of godvruchtige oefeningen: 9 dagen dagelijks 9 onzevaders en 9 weesgegroeten met het geloof of de 12 art[ikelen] der Apostelen vóór en ná die 9 onzevaders en weesgegroeten. Negen dagen dagelijks nuchteren van het water gebruiken, ‘t welk ter eere van den H. Quirinus gewijd is. Zoo het gevoegelijk kan biechten en communiceeren.’
Er zijn geen gegevens bekend over de herkomst van de Quirinusvereerders. Pastoor Schutjes vond de verering vermeldenswaard. In de in 1907 gebouwde nieuwe, veel grotere St.-Jacobskerk was geen plaats meer voor H.Quirinus.
 

Bronnen en literatuur

Archieven: ’s-Hertogenbosch, Bouwloods St-Jan, Parochiearchief St Jacob: Memoriaal, en kerkinventarissen 1874-1912. 
Literatuur: L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom ’s Hertogenbosch 6dln (St. Michiels-Gestel: Snelpersdrukkerij van het bisdom van 's Bosch, in het Instituut voor doofstommen, 1870-1876) dl 4 p. 322, 325. F.L. Jansen e.a., Sint Jacob ’s-Hertogenbosch. De kerk en zijn geschiedenis (’s-Hertogenbosch: Parochie Binnenstad, [1993]).
Overige bronnen: KDC BiN-diskw.-dossier. Met dank aan F. Jansen, ’s-Hertogenbosch en W. Cox, Waalwijk.
 

Laatste mutatie 23-03-2026
  naar het KDC, voor aanvullingen en commentaar.