Utrecht, H. Pancratius |
||
| Gediskwalificeerd: | ja | |
|---|---|---|
| Cultusobject: | H. Pancratius |
Open Street Maps
|
| Datum: | 12 mei | |
| Periode: | Middeleeuwen | |
| Religieuze context: | Christelijk | |
| Locatie: | Dom en S. Salvator | |
| Adres: | ||
| Gemeente: | Utrecht | |
| Provincie: | Utrecht | |
| Bisdom: | Utrecht | |
| Samenvatting: |
Hoewel het feest van S. Pancratius in het middeleeuwse bisdom Utrecht als een officiële feestdag werd aangemerkt, zijn er geen berichten overgeleverd die wijzen op bedevaarten naar de in de kerken van de Dom en Oudmunster (St. Salvator) bewaarde relieken van deze heilige. |
|
| Auteur: | H.L.Ph. Leeuwenberg | |
| Illustraties: | ||
| Topografie |
In de Dom bevonden zich in het H. Kruisaltaar reeds in 1173 relieken van Pancratius (Muller, Het oudste cartularium, 179). In 1393 werd een officiële lijst opgemaakt van relieken, die in bezit waren van de Oudmunsterkerk `in capsa sancti Pancratii', waaronder zich ook die van Pancratius zelf bevonden, Buchel, Monumenta, 61 (ms in GAU). |
|
| Cultusobject |
- Pancratius was afkomstig uit Phrygië. Als jongen kwam hij naar Rome en werd daar door de paus (de verschillende legenden spreken elkaar tegen over welke paus het ging) onderricht in de beginselen van het christelijk geloof en gedoopt. Hij was een van de slachtoffers tijdens de vervolgingen onder keizer Diocletianus. Omdat hij zijn geloof niet wilde verzaken werd Pancratius rond 305 op 14-jarige leeftijd in opdracht van de keizer onthoofd. De plaats van zijn terechtstelling lag in het oude Rome aan de Via Aurelia. Zijn feestdag is 12 mei. In Nederland geldt hij als een van de vier ijsheiligen, net als Mamertus (11 mei), Servatius (13 mei) en Bonifatius van Tarsus (14 mei). |
|
| Bronnen en literatuur |
Literatuur: P. Ribadineira & P. Rosweyde, Generale legende der heylighen (...), 5e druk (Antwerpen: Verdussen, 1665) p. 543-544; A.A.J. van Rossum, `Kerkelijke plechtigheden in de St Salvatorskerk te Utrecht', AAU, 3 (1876) 109-240; A.A.J. van Rossum, `Reliquiën in de St Salvatorskerk te Utrecht', AAU, 7 (1879) 350; A.A.J. van Rossum, `Necrologium van Oud-Munster (St. Salvator) te Utrecht', AAU, 10 (1882) 270-320, 11 (1883) 1-56; S. Muller, Het oudste cartularium van het Sticht Utrecht. Werken H.G., III,3 ('s-Gravenhage, 1892); P. Séjourné, L'Ordinaire de St. Martin d'Utrecht (Utrecht: Dekker en Van de Vegt, 1919-1921); A.Z. Huisman, Die Verehrung des heiligen Pancratius in West- und Mitteleuropa (Haarlem: Tjeenk Willink, 1939) p. 83-84; H.J. Kok, Proeve van een onderzoek van de patrocinia in het middeleeuwse bisdom Utrecht (Assen: Van Gorcum, 1958) p. 138; N.B. Tenhaeff, W. Jappe Alberts, Bronnen tot de bouwgeschiedenis van den Dom te Utrecht. Rijks Geschiedkundige Publicatiën, gr.s. 88, 129 en 155 (3 dln; 's-Gravenhage, 1946-1976); E.J. Haslinghuis en C.J.A.C. Peeters, De Dom van Utrecht. De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst, dl. 2. De provincie Utrecht, eerste stuk, De gemeente Utrecht, tweede aflevering ('s-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1965). |
|
| Laatste mutatie | 12-03-2026 | |
|
naar het KDC, voor aanvullingen en
commentaar. |
||

