|
Literatuur: Jan Lindeborn, Historia sive notitia episcopatus Daventriensis (Keulen: J. van Metelen, 1670) p. 540-541; Hugo F. van Heussen, Oudheden en gestichten van het bisdom van Deventer, II (Leiden 1725) p. 576-577; O.G. Heldring, 'De kapel te Laren', in: Gelderse Volks-Almanak (1839) p. 104-105; A. Eekhof, De questierders van den aflaat in de Noordelijke Nederlanden (Den Haag: Nijhoff, 1909) p. 25, 70-72, 97-100, xxiii; F.A. Hoefer, "Aanteekeningen betreffende de kapellen te Laren en te Oolde". in: Bijdragen en Mededelingen Gelre 6 (1903) p. 143-152; F. Flaskamp, Die Anfånge friesischen und sachsischen Christentums. Mit Anhang: Zur Geschichte der Eadwaldenvererung in Laer. Kreis Steinfurt. Geschichtliche Darstellungen und Quellen 9 (Hildesheim 1929); H. Börsting-Alois Schröer en J. Prinz, 'De verering van de Ewalden te Laer (Westf.); Hendrik W. Heuvel, Geschiedenis van het land van Berkel en Schipbeek (Arnhem: Gysbers & Van Loon, 1903; reprint 1981) p. 14-15. J. Huyben, Met de heiligen het jaar rond, dl. 3 (Bussum: Brand, 1949) p. 212. Overige Bronnen: KDC BiN- diskw.-dossier Laren (Gld.)
|