Boxmeer, H. Hart van Jezus (of Petrus van Alcantára?)

Gediskwalificeerd: ja
Cultusobject: H. Hart van Jezus (of Petrus van Alcantára?) Open Street Maps
Datum: nvt
Periode: 1976 (ca. maart-augustus)
Religieuze context: Christelijk
Locatie: Woonhuis aan de Van den Berghstraat
Adres: Jan van den Berghstraat 12, 5831 EN Boxmeer
Gemeente: Land van Cuijk
Provincie: Noord-Brabant
Bisdom: 's-Hertogenbosch
Samenvatting:

Een traditioneel-katholieke douairière in Boxmeer zag in 1976 tranen op een heiligenbeeld - naar wat werd beweerd een H. Hart van Jezusbeeld - in haar thuis. De reden daarvoor zou het verdriet zijn van Onze Lieve Heer over de moderniseringen in de katholieke kerk. Tevens deden zich in haar huis 'verstoringen' voor die aan de duivel werden toegeschreven. Nadat de media er breed aandacht hadden geschonken, kwamen er gedurende een aantal weken tientallen mensen uit heel Nederland naar haar huis om bij het beeld te bidden. Het ging om een korte devotionele hype die niet leidde tot een bedevaart(-plaats), ook al werden de bezoekers in de media wel eens als 'bedevaartgangers' omschreven.

Auteur: Marga Pauwels; Peter Jan Margry
Illustraties:
Topografie

- De cultusplaats bleef beperkt tot de woonkamer van de woning van Van Sasse van Ysselt aan de Van den Berghstraat in Boxmeer. Op het dressoir in de kamer bevond zich een kleine devotionele uitstelling bestaande uit het beeldje, kaarsen en bloemen.

Cultusobject

- Het beeldje waar de tranen en zweetdruppels op zijn verschenen wordt in alle berichten over de cultus genoemd een Heilig Hart van Jezusbeeld. De foto's die er van zijn verspreid tonen echter een kalende mannelijke heilige in ogenschijnlijk franciscaanse kledij. Een definitieve identificering is nog niet mogelijk, maar het zou een niet al te oud beeldje van iemand als Petrus van Alcantára kunnen zijn geweest. Het betreft een gipsen beeldje van zo'n 35 cm hoog. Opmerkelijk is dat de indertijd betrokken religieuzen de afwijkende vorm van het beeld ten opzichte van een H. Hartbeeld kennelijk niet is opgevallen en het voor een H. Hartbeeld hielden.
- Het beeldje stond in 1976 op een dressoir in de woonkamer van het woonhuis, omgeven door bloemen en kaarsen. Het beeldje mocht van Van Sasse van Ysselt niet technisch onderzocht worden. Het beeldje is, vermoedelijk na het overlijden van de eigenaresse, uit zicht verdwenen.

Verering

- De 86-jarige Jeanette Maria van Sasse van Ysselt-Van Vlijmen (29 juni 1890 - 7 februari 1978) was de douairière van notaris jhr. Joseph L.E.M. van Sasse van Ysselt (1870-1943) en woonde in 1976 aan de Van den Berghstraat te Boxmeer. Zij was traditioneel katholiek en raakte na de conciliaire vernieuwingen diep verontrust over de modernisering van de katholieke kerk en in het bijzonder het voorstel om de toen als ouderwets beschouwde Boxmeerse Vaart, de lokale H. Bloedbedevaart, af te schaffen. 
- Op priesterzaterdag 6 maart 1976 had ze een gesprek over de afschaffing van die eeuwenoude Boxmeerse Vaart met Karel Thiery, broeder Gonzaga S.S.S. (1922–2009), een Gijsen-aanhanger, maar ook iemand die zeer betrokken was bij de historie, devoties en tradities van Boxmeer. Sprekende over die vaart zag ze dat er aan het Heilig Hartbeeld in haar woonkamer tranen verschenen. Dit gebruikt mocht dus niet worden afgeschaft. Tranen en zweetdruppels zouden daarna vaker, minstens zeventien keer, in het bijzijn van getuigen, zijn verschenen. Het leek op de doodsstrijd in de Hof van Olijven. De tranen ('schitterend als diamant', aldus een vereerder) zouden een zilte smaak hebben en ook kwamen er soms druppels uit het H. Hart en van het hoofd. Men bad tegelijk voor steun aan paus Paulus VI 'die zo bedrogen wordt'. Op 13 mei traden, opnieuw in het bijzijn van broeder Thiery, verstoringen op in het huis (vier stoelen zweefden of vielen spontaan om). De douairière en de broeder schreven dit toe aan de werking van de duivel, de 'onzichtbare gangster', aldus Krekelberg. Omdat de lokale priester zich niet aan exorcisme wilde wagen, riepen ze de hulp in van de jezuïet Ed Krekelberg, die met gebeden de rust zou hebben laten terugkeren. Bij een volgende poging tot duiveluitdrijving, exorcisme, op 3 juni, bleek het nog heftiger: Van Sasse van Ysselt zou toen bijna door de duivel zijn gewurgd met haar eigen mantel en de te hulp schietende broeder Thiery ging driemaal tegen de vlakte. De kamer bleek daarna een ravage. Pater Krekelberg bleef daarop onophoudelijk bidden totdat in een soort zucht en met een flits - de gordijnen woeiden hoog op - de duivel  en de 'hele smijterij' (met spullen) waren verdwenen. Betrokkenen zagen een parallel tussen de twijfel van de priesters na het Tweede Vaticaans concilie en de twijfel van de priester in Boxmeer in 1400 waardoor het bloedwonder in het dorp geschiedde.
- Door berichten in de pers en vooral vanwege een ter plekke gemaakte KRO radio-uitzending van Wil van Neerven en Han Peekel met getuigenissen van vereerders kregen de gebeurtenissen enige landelijke bekendheid. Mede daardoor werd het soms wat drukker bij het huis, kwamen gelovigen uit de omgeving maar ook uit de rest van Nederland. Zij wilden het Heilig Hartbeeld zien, er bidden en zo mogelijk heilige tranen in een zakdoek opvangen. Gedurende enkele weken zijn enige tientallen personen naar het huisheiligdom toegekomen. 
- Een aannemer, R.H.J. van Hezewijk, uit Nijmegen en een mevrouw Hermsen uit Groesbeek waren wat actiever bij de cultus betrokken. Van Hezewijk schreef op 27 juli dat jaar bisschop Jan Bluyssen aan met het verzoek de casus 'diepgaand te onderzoeken'. Hij was zelf ook getuige geweest van alle bovennatuurlijke fenomenen. Het bisdom liet het pastoraal team van Boxmeer weten 'uiteraard weinig' voor zo'n onderzoek te voelen. Op 1 september liet de bisschop Van Hezewijk weten geen onderzoek te doen en riep hem en andere op de bijeenkomsten bij het beeld te beëindigen en geen publiciteit er meer aan te geven. Maar hij en Krekelberg laten Bluyssen weten dat hij ooggetuigen van dit alles niet kan verbieden te laten weten wat ze hebben gezien, want de 'plicht tot waarheid' blijft volgens hen bestaan. Ze zullen alle ervaringen publiceren in Krekelbergs blad Maria van Nazareth. De cultus lijkt in de daaropvolgende maanden min of meer te zijn doodgebloed.
- De gebeurtenissen riepen ook tegenstemmen op, zo werkten de paters karmelieten in Boxmeer de verering tegen en moest ook broeder Thiery uiteindelijk afstand nemen van de gebeurtenissen. Op een gegeven moment, waarschijnlijk na het overlijden van de douairière twee jaar later, is ook het fysieke Heilig Hartbeeld uit zicht verdwenen.
- Wenende heiligenbeelden komen weinig voor in de Nederlandse katholiek-devotionele cultuur. De casus Boxmeer sloot aan bij een internationale katholiek-conservatieve trend in die jaren waarbij Mariaverschijningen en wenende beeldjes het bewijs zouden vormen van het veronderstelde verdriet van Christus of Maria over de vernieuwingen in de kerk en de misstanden in de samenleving. Pas veel later, in 1995, zou de huilende Maria van Brunssum wel een bedevaart genereren die zo'n zes jaar aanhield.

Bronnen en literatuur

Archieven: Bisdomarchief Den Bosch, parochiedossier Boxmeer.
Literatuur: Ed. Krekelberg, 'Waarom weent het H. Hartbeeld in Boxmeer?, in: Mededelingenblad 'Maria van Nazareth' nr. 6 (december 1975), 7 (maart/april 1976), [Ben Holthuis], 'Douairière belaagd door mystieke gebeurtenissen. Heilig Hartbeeld wil kerk en wereld waarschuwen', in: Boxmeers weekblad, 10 juni 1976; ' "Mevr., wilt U voor mijn broer bidden, want die gaat dood!" ', in: Boxmeers weekblad, 17 juni 1976; Ton de Zeeuw, ‘Het wenende beeld van Boxmeer. “Voer voor vogels”’, in: De Telegraaf, 19 juni 1976, p. 2; 'Huilen 1+2', in: De Volkskrant, 19 juni 1976; ' "Hoe kun je zulke onzin uitzenden!" Talloze telefoontjes op radio-uitzending', in : Boxmeers weekblad, 24 juni 1976; Paul Wolfswinkel, 'God weent te Boxmeer', in: De Gooi- en Eemlander, 26 juni 1976; P. van der Eijk, '"Tranen uit een beeldje, organiseer zoiets maar eens". De bedrogtheorie van pater Krekelberg', in: De Tijd, 2 juli 1976, p. 8-9; Ed. Krekelberg, 'Waarom weent het H. Hartbeeld in Boxmeer II', in: Mededelingenblad 'Maria van Nazareth', nr. 8 (september 1976) p. 10-14; ‘Boven-natuurlijk Nederland. Het wonder van Boxmeer’, in: Nieuwsblad van het Noorden, 11 oktober 1976, p. 6; Peter Jan Margry,, Bedevaartplaatsen in Noord-Brabant (Eindhoven: Bura Boeken, 1982) p. 70-71.
Website: Verhaal op site heemkundekring Nepomuk.
Overige bronnen: KDC BiN-diskw.-dossier Boxmeer-Hart; de uitzending op 20 juni 1976 van het radioprogramma 'Voer voor Vogels' van Han Peekel en Wil van Neerven op Hilversum I, 23:00-24:00 uur; mondelinge informatie van broeder Karel Thiery S.S.S. (10 december 1997) en van oud-streekarchivaris Harm Douma (1997).

Laatste mutatie 13-03-2026
  naar het KDC, voor aanvullingen en commentaar.