Sluis, O.L. Vrouw / H. Kruis

Gediskwalificeerd: ja
Cultusobject: O.L. Vrouw / H. Kruis
Datum: Mariafeesten / H. Kruisfeesten?
Periode: 14e - 16e eeuw?
Religieuze context: christelijk
Locatie: O.L. Vrouwekerk
Adres: n.v.t.
Gemeente: Sluis
Provincie: Zeeland
Bisdom: Breda
Samenvatting:

Er bestaan verwijzingen naar bijzondere cultusobjecten in 15e-eeuws Sluis, een H. Kruis en een Mariabeeld, maar vooralsnog lijken die niet onderhevig aan bedevaarten, vereerders van buiten Sluis, te zijn geweest.

Auteur: Peter Jan Margry
Illustraties:
Topografie

- De oorspronkelijke nederzetting heette Lamminsvliet en werd later Sluis genoemd.
- De O.L. Vrouwekerk van Sluis, indertijd gelegen aan de Beestenmarkt, dateerde mogelijk al uit de 12e eeuw. In 1412 brandde de kerk voor een groot deel af en werd de kerk weer heropgebouwd. De kerk is in de Tachtigjarige Oorlog beschadigd geraakt, bleek in 1604 reeds ernstig in verval en werd allengs verder afgebroken. In 1820 stond er nog een enkel restant overeind. De O.L. Vrouwekerk was de oudste kerk (naast die van St. Jan) van Sluis.

Cultusobject

- O.L. Vrouw en/of (een reliek van het) H. Kruis

Verering

- In de Kronyk van Vlaenderen komt een passage voor van een ter dood veroordeelde man, Loy Jordaens, die door een wonder in juni 1435 zijn straf ontliep. Als dank voor zijn miraculeuze redding maakte hij een pelgrimage naar het H. Bloed van Wilsnack (D). Voor zijn vertrek bezocht hij echter eerst nog het H. Kruis en het Mariabeeld in de O.L. Vrouwekerk van Sluis:

"Des anderdaghs doen waren someghe van dien van der Sluus ghevanghen, dewelke occuzoen waren van den twiiste, ende ’s dicendaghs vore Sacramentsdach doen [40] waren viere onthoeft, te wetene: Gille Meeus, de Keysere, Coppin Pilsse ende noch een; men soude oec onthoeft hebben eenen Loy Joerdaens, dewelke Loy daer staende, daer menne onthoefden soude, belovede te versoukene dat heylighe Bloedt te Wilsenaken, mocht hy daer ontgaen der doot. Het gheviel dat des vorseiden Loys oghen verbonden waren ende sijn handen, ende was gheknielt, ende den hangman hebbende gheheven ’t zweert om den selven Loy te onthoefdene, het rees eene eerdtbevinghe, end den hangheman beschaemt sijnde, hy liet sijn zweert vallen, ende des Loys handen die ontbonden, ende hy trac sine scroede aff, ende ghinc paysivelijc door al ’t folc dat daer up de marct was, dies wel ijM sijn mochte, tot in Onser Vrouwenkerke, visentheerende ’t heylighe Cruus ende dbeelde van Maryen, ende van danen trac hy ter steede uut tot den heylighen Bloede van Wilsenaken."

Deze passage geeft onvoldoende informatie om te bepalen of het genoemde Kruisreliek of het Mariabeeld in die tijd meer dan een lokale cultus in Sluis vertegenwoordigden. Vooralsnog kan Sluis niet als een bedevaartplaats worden genoemd. Een vergelijkbaar verhaal maar zonder de specifieke vermelding van beide cultusobjecten komt voor in de kroniekaantekeningen van Anthonis de Roovere.

Bronnen en literatuur

Uitgegeven archiefbronnen: C.P. Serrure & P.M. Bloemmaert (red.), Kronyk van Vlaenderen van 580 tot 1467, dl. 2 (Gent: Vanderhaeghen-Hulin, 1840) p. 39; Anthonis de Roovere. Een keus uit zijn werk, met inleiding en aanteekeningen van Th. De Jager (Blaricum 1927) p. 96..
Literatuur:
Overige Bronnen: KDC BiN-diskw.-dossier Sluis.

Laatste mutatie 26-01-2026
  naar het KDC, voor aanvullingen en commentaar.