Tubbergen, Herman Schaepman |
||
| Gediskwalificeerd: | ja | |
|---|---|---|
| Cultusobject: | Herman Schaepman |
Open Street Maps
|
| Datum: | n.v.t. | |
| Periode: | 20e - 21e eeuw | |
| Religieuze context: | Christelijk | |
| Locatie: | op de Tubberger Es, 900 meter van de Eeshof, in de driehoek van de Almeloseweg, de Esweg en de Tubbergeresweg | |
| Adres: | Tubberger Es, 7650 AA Tubbergen | |
| Gemeente: | Tubbergen | |
| Provincie: | Overijssel | |
| Bisdom: | Utrecht | |
| Samenvatting: |
In Tubbergen werd in 1844 de katholieke politicus en emancipator Herman Schaepman geboren. Er waren verschillende initiatieven in Tubbergen om hem te gedenken en te eren, waaronder de oprichting van een groot standbeeld in de nabijheid van zijn geboortehuis in 1927. Er is geen sprake van bedevaart. |
|
| Auteur: | Geert Vink / Marga Pauwels | |
| Illustraties: | ||
| Topografie |
- De Eeshof, ook bekend als Huis Eschede en Hof te Tubbergen, is een voormalige havezate in Tubbergen. De voorganger van de havezate was een hof met de heren van Bronckhorst als leenheer. Het is onbekend of er in de Middeleeuwen al een huis op het goed stond. De eerste vermelding van een daadwerkelijk huis dateert van 1531. Johan II van Eschede verscheen toen als riddermatige op de landdag, en dat kon alleen als hij ook beschikte over een riddermatige woning. Deze woning is in 1582 vernield door Spaanse troepen. Na 1584 volgde herbouw, maar waarschijnlijk niet op dezelfde plek: het oude huis stond mogelijk zuidoostelijker, naast de kerk van Tubbergen. De familie Van Eschede liet in 1719 het gebouw vervangen door een nieuw hoofdgebouw. Daarnaast was er een bouwhuis, eveneens uit de 18e eeuw. Toen de eigenaren in het midden van de 19e eeuw niet op de havezate woonden, werd de Eeshof in 1844 verhuurd aan Th.E.J. Schaepman, burgemeester van Tubbergen. In 1892 werd de Eeshof overgedragen aan het aartsbisdom van Utrecht, waarna in 1899 een openbare verkoop volgde. In de 20e eeuw had het gebouw verschillende eigenaren, bestemmingen en beoogde bestemmingen. In 1962 kochten de Franciscanessen van Denekamp de Eeshof. Het huis werd op de voorgevel na gesloopt en vervolgens herbouwd. In 1965 werd het in gebruik genomen als bejaardenhuis en in 1971 als woonzorgcentrum. In 2024 werd het monumentale hoofdgebouw omgebouwd tot een nieuw ontmoetingscentrum voor heel Tubbergen. De havezate kreeg daarbij de oorspronkelijke middeleeuwse naam Hof van Tubbergen terug. Het gebouw wordt gebruikt voor vergaderingen, trainingen en opleidingen en ook lokale clubs en verenigingen kunnen een ruimte huren. Er is een restaurant. De Hof van Tubbergen is onderdeel van 'De Eeshof', waarvan ook een verpleeghuis en andere zorgvoorzieningen deel uitmaken. Het adres van de Hof van Tubbergen is Eeshoflaan 21, 7651 LZ Tubbergen. |
|
| Cultusobject |
- Hermanus Johannes Aloysius Maria (Herman) Schaepman (1844-1903) was een Nederlandse rooms-katholieke priester, theoloog, dichter en politicus. Schaepman werd op 2 maart 1844 geboren op havezate de Eeshof in Tubbergen in een gegoed gezin. Zijn vader was burgemeester van Tubbergen. Na het kleinseminarie Kuilenburg in Culemborg en het grootseminarie Rijsenburg in Driebergen werd Schaepman in 1867 tot priester gewijd. Na een jaar vertrok hij naar Rome, waar hem op grond van examens het doctoraat in de theologie werd verleend. In het toen nog aan academische titels arme katholieke milieu bleef hij zijn hele leven bekend als de "doctor". Op Rijsenburg en in Rome heeft Schaepman zich ontwikkeld tot ultramontaan. Zijn in 1871 geschreven lied Aan U, o Koning der eeuwen is niet aan Christus, maar aan de paus gewijd. Als secretaris van de bisschop van Haarlem nam hij in Rome deel aan het Eerste Vaticaanse Concilie (1869-1870), waar het dogma van de onfeilbaarheid van de paus werd aangenomen. Na terugkeer in Nederland werd hij professor in de kerkgeschiedenis aan het grootseminarie Rijsenburg. Aanvankelijk werd Schaepman in Nederland bekend als dichter in de traditie van Bilderdijk en Da Costa. Samen met de arts en historicus W.J.F. Nuyens stichtte hij het tijdschrift De Wachter (later Onze Wachter). Het tijdschrift was gewijd aan de belangen van wetenschap, kunst en letteren en was bedoeld als katholieke pendant van De Gids. Herman Schaepman heeft veel betekend voor de emancipatie van katholieken in maatschappelijk en politiek opzicht. Zijn motto was "credo pugno" (ik geloof, ik strijd). In 1880 maakte Schaepman als afgevaardigde van Breda zijn entree in de Tweede Kamer. Hij legde het fundament voor de latere Roomsch-Katholieke Staatspartij (1926-1945; sinds 1904 voorafgegaan door de Algemeene Bond van RK-kiesvereenigingen, die al bekend stond onder de naam RKSP). In zijn werk ondervond Schaepman tegenwerking van andersdenkenden uit eigen kring, zoals andere katholieke Kamerleden, De Tijd en De Maasbode en de bisschop van Haarlem C.J.M. Bottemanne. Vanaf het begin zocht Schaepman toenadering tot de antirevolutionairen onder leiding van Abraham Kuyper. Hoewel Schaepman op godsdienstig gebied conservatief was, was hij progressief in sociale zin. Samen met dr. Kuyper realiseerde hij bij de Grondwetsherziening van 1887 een uitbreiding van het kiesrecht en via de herziening van de Schoolwet in 1889 een ruimere subsidiering van het bijzonder onderwijs. Bij de verkiezingen van 1888 kregen de confessionelen een meerderheid in het parlement. In het verlengde hiervan trad voor het eerst een duidelijk confessioneel kabinet naar voren (Kabinet-Mackay, 1888-1891). De laatste tien jaar van zijn leven bevorderde Schaepman de zogenaamde "christendemocratie". Hij ijverde voor de organisatie van arbeiders en voor meer volksinvloed. Hij steunde wetgeving voor een nieuwe uitbreiding van het kiesrecht (1896) en voor de overgang van plaatsvervanging naar persoonlijke dienstplicht (1898). Samen met éen ander katholiek Kamerlid stemde hij in 1901 voor de eerste Leerplichtwet (voor kinderen van 6 tot 12 jaar). De wet werd aangenomen met een meerderheid van één stem. De Maasbode misprees Schaepman als zijnde die ene. In en buiten het parlement was Schaepman met zijn zwarte jas, priesterboord en flambard een opvallende verschijning. Hij was begaafd en geliefd als redenaar. Qua karakter was hij wisselend. Hij kon door lichtgeraaktheid en hang naar het conflictueuze zijn eigen succes in de weg staan. Op het einde van zijn leven ontving Schaepman kerkelijke erkenning. In 1901 werd hij door paus Leo XIII tot pauselijk huisprelaat benoemd, in 1902 ook nog tot apostolisch protonotarius. Zijn gezondheid was niet sterk. Eind 1902 ging hij naar Rome om te herstellen, maar zijn ziekte bleek ongeneeslijk. Op zijn sterfbed werd Schaepman lid van de derde [leken-] orde van Sint Franciscus. Hij stierf op 21 januari 1903 en werd begraven in het Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi. In een telegram gaf Abraham Kuyper, die inmiddels minister-president was van het tweede christelijke kabinet (1901-1905), uitdrukking aan zijn gevoelens met woorden uit het Stabat Mater: 'Quis non fleret?" (Wie zou niet wenen?). |
|
| Verering |
- Na het overlijden van Schaepman werd een commissie opgericht met het doel een gedenkteken te realiseren. In opdracht van de commissie ontwierp Pierre Cuypers het Schaepmanmonument dat in 1908 onthuld werd op het terrein van grootseminarie Rijsenburg in Driebergen. |
|
| Bronnen en literatuur |
Archief: KDC: Schaepman, H.J.A.M. Archiefnummer: 329, archiefnaam: SCHA, datering: 1843-1983, sector: politiek. Een deel van de verzameling is gekopieerd in opdracht van de gemeente Tubbergen, ten behoeve van het Schaepmanhuis aldaar. Tegelijkertijd zijn de voorwerpen, beschreven in de derde hoofdafdeling, overgedragen aan deze gemeente. Zie: Plaatsingslijst en Rubriekenschema (pdf, 536 kB), vernieuwd oktober 2018; KDC, Druksels, dr. Schaepmancentrum. |
|
| Laatste mutatie | 24-05-2026 | |
|
naar het KDC, voor aanvullingen en
commentaar. |
||



