Utrecht, O.L. Vrouw en Twaalf apostelen

Gediskwalificeerd: ja
Cultusobject: O.L. Vrouw en Twaalf apostelen Open Street Maps
Datum: n.v.t.
Periode: 14e - 16e eeuw
Religieuze context: Christelijk
Locatie: Aan de Oudegracht, nabij de Weesbrug
Adres: Oudegracht 245, 3511 NL Utrecht
Gemeente: Utrecht
Provincie: Utrecht
Bisdom: Utrecht
Samenvatting:

In de Middeleeuwen organiseerde het kapittel van de Dom van Utrecht met de relieken van het klooster Onze Lieve Vrouwe en de Twaalf Apostelen zogenaamde questen (tochten) om inkomsten te verwerven. Op een quest werden relieken van heiligen aan de gelovigen getoond en aflaten verkocht. Er was hierbij geen sprake van bedevaart. 

Auteur: Charles Caspers ; Geert Vink ; Marga Pauwels
Illustraties:
Topografie

- Het Regulierenklooster van Onze Lieve Vrouwe en de Twaalf Apostelen, gelegen tussen de Oudegracht en de huidige Springweg, werd tussen 1248 en 1267 gesticht door de Zakbroeders. Dit was een 13e-eeuwse bedelorde, waarvan de broeders werden geïnspireerd door Franciscus van Assisi. In 1274 werd op het Tweede Concilie van Lyon bepaald dat tal van bedelordes, waaronder die van de zakbroeders, ontbonden moesten worden. In 1292 betrokken de Reguliere Kanunniken van St. Augustus het klooster. Het kloosterterrein lag achter de grachtenpanden aan de Oudegracht en strekte zich uit tot de Springweg, waar verschillende bijgebouwen stonden waaronder de ziekenzaal. Na de Reformatie van 1580 werd het klooster door de monniken verlaten. Het Burgerweeshuis betrok twee jaar later het voormalige kloostercomplex. Op het terrein vonden verschillende aanpassingen plaats. Omdat jongens en meisjes gescheiden moesten zijn, kwam er voor de jongens een ingang aan de Oudegracht en voor de meisjes een poort aan de Springweg. De kerk werd als Weeskerk een onderdeel van het nieuwe complex. Het monumentale pand aan de Oudegracht kreeg in 1839 een nieuwe voorgevel. In 1863 werd de Weeskerk gesloopt. Op haar plaats kwam in 1874 een school. Omdat er nog maar 14 weeskinderen waren verhuisde het weeshuis in 1925 naar de Nieuwegracht. 
- In 1925 kocht de Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel (kortweg N.V.) het complex waardoor het bekend werd als het NV-huis. Op de plaats van de vroegere kerk werd een theaterzaal gebouwd. Het monumentale pand was vanaf 1981 in gebruik als popconcertzaal Tivoli. Tussen 2014-218 werd het gebruikt door de muziekbroedplaats Kytopia van Kyteman. Sinds 30 september 2025 is er een hotel-restaurant-bar annex podium gevestigd. Het adres van het pand is Oudegracht 245. Vlak bij het pand ligt over de Oudegracht een oude boogbrug, een rijksmonument, de Weesbrug. 

Cultusobject

- O.L. Vrouw en Twaalf apostelen. Het ging om relieken van het Utrechtse klooster Onze Lieve Vrouwe en de Twaalf Apostelen. 

Verering

- In de Middeleeuwen bestond, in verband relieken en aflaathandel, het fenomeen van de questierders. Dit waren personen die rondreisden met fragmenten van heiligen-relieken, daarbij aflaten verleenden en bij aanraking van de relieken genezing van lichamelijke kwalen toezegden. De gaven in geld of natura die zij daarvoor ontvingen, waren bestemd voor het klooster of de kerk waardoor ze waren uitgezonden. Een quest werd ondernomen om de kerk of het klooster financieel te ondersteunen of voor herstel bij schade aan het gebouw of voor herbouw na een brand. Om hun arbeid te mogen uitoefenen hadden questierders aanstellingsbrieven van de geestelijke overheid nodig. In latere tijd (15e eeuw) was daarnaast toestemming van de wereldlijke overheid vereist. Bij het Concilie van Trente (21e sessie, juni 1562) werden de questen opgeheven.
- Het is onbekend wanneer er voor het eerst questierders actief waren in het bisdom Utrecht. De oudste getuigenissen hieromtrent dateren van 1284 en 1288. In 1379 gaf de bisschop Arnoldus van Hoorn aan de questierders van het klooster Onze Lieve Vrouwe en de Twaalf Apostelen verlof om met hun relieken rond te gaan, behalve in Oost-Friesland en gedurende de vastentijd. In de 14e eeuw werd dit besluit nog drie maal door een bisschop van Utrecht bevestigd, in 1387 en 1388 en in 1397. Een klooster kon zelf het bestuur over de quest houden en moest dan voor de uitoefening ervan een bepaalde som aan het bisdom betalen. Het klooster kon ook de quest in pacht aan het kapittel van de Domkerk afstaan. In de 15e eeuw berustten de relieken van de Onze Lieve Vrouwe en de Twaalf Apostelen in de Domkerk.
- In 1440 vaardigde hertog Philips van Bourgondië, als heer van Holland, Zeeland en Friesland, het besluit uit waarin hij aan de deken en het kapittel van de Dom verlof gaf om de quest van Sint-Maarten "ende meer anderen heyligen sinten, zijnde en rustende in de voirsegde Doemkerke" uit te oefenen in zijn gebied. De andere questen van "heiligen sinten" waarvoor Philips toestemming gaf waren die van Onze Lieve Vrouw en de XII apostelen, het H. Sacrament van Meersen, St. Cornelis, St. Anthonis, St. Martijn, St. Ewout, St. Hubrecht en St. Quirijn. Zowel te water als te land mochten de questierders met hun relikwieën en heiligdommen komen, gaan en verblijven, in steden en daarbuiten, zoals het de gewoonte was om te doen en zoals reeds door Philips' voorvaderen was toegestaan. Enige tijd daarna liet de graaf van Charlois uit naam van vorst bekend maken dat de quest voortaan verboden was in Holland, Zeeland en Friesland, tenzij hij daarvoor uitzonderlijk verlof en instemming had gegeven. Hierop is het kapittel van de Dom bevreesd geworden en heeft aan hertog Philips gevraagd of deze bepaling ook op hun quest betrekking had. Het kapittel wees op dreigende schade voor de Domkerk en verzocht ootmoedig om hen in hun oude rechten te laten. In 1462 verschenen vier charters waarin Philips van Bourgondië hen dit toestaat. Een charter bevat een privilege voor alle bovengenoemde questen tezamen, de drie andere zijn afzonderlijk voor de quest van St. Maarten, St. Hubrecht en St. Ewout. Waarschijnlijk kwam het eerste stuk in bezit van het kapittel en de andere in bruikleen van de respectieve questierders.
- Het kapittel van de Domkerk trad op als verhuurder van de questen, waarbij de questierders de huurders waren. Ze huurden de quest voor een bepaalde tijd, bijvoorbeeld acht jaar, en betaalden daarvoor twee keer per jaar een overeengekomen pachtsom. Stierf de questierder binnen acht jaar, dan moest zijn oudste zoon of erfgenaam de quest overnemen. Na acht jaar kwam de quest vrij, en kon het kapittel er weer naar verkiezing mee handelen.
- In 1449 werd de quest van O.L. Vrouwe en de XII apostelen in pacht gegeven aan Gerrijt Volkenszoen, ingaande 'esto michi'. Hij verkrijgt die ook gedurende 8 jaar voor 90 'goede oude Vrancrijxsche schilden'. De eerste helft te betalen op Vrouwendag Assumptionis (15 augustus) en de andere op St. Victoirsdag (20-21 juli ?). Als Gerrijt sterft binnen 8 jaar, komt de quest aan Johannes Coman.
- Tot in de eerste twee decennia van de 16e eeuw stegen voor het kapittel de inkomsten uit de questen. In het begin van de eeuw kreeg het kapittel voor die van St. Hubertus 380, die van St. Martijn 260, van St. Quirinus 315, van St. Ewoud 431 en van St. Cornelius 470 'goede gouden keurvoirster Rhynsche guldens'. Hierna kregen de ideeën van de hervorming invloed en groeide de kritiek op de aflatenhandel. In 1560 verkreeg het kapittel uit de questen van St. Cornelius en St. Quirinus tezamen 28 gulden, uit die van St. Anthonius ook 28 gulden en uit die van St. Hubertus en St. Theobaldus (Ewoud) tezamen 36 gulden. De opbrengst uit de quest van St. Martinus was nihil, evenals uit die van Onze Lieve Vrouwe en de XII Apostelen. Er was geen animo meer om ze te huren.

Bronnen en literatuur

Archief: A. Matthaeus, Fundationes, p. 222-236; Anton Weiler & Noël Geirnaert, Monasticon Windeshemense, dl. 3. Niederlanden (Brussel: Algemeen Rijksarchief, 1980), p. 427-452.
Literatuur: J.G.R. Acquoy, Het klooster te Windesheim en zijn invloed, dl. 3 (Utrecht: Gebr. Van der Post, 1880) p. 18; Albert Eekhof, De questierders van den aflaat in de Noordelijke Nederlanden. Met onuitgegeven bijlagen (Den Haag: M. Nijhoff, 1909) p. 22, 25, 72-73, 97, 99-100 (1449), xxvi (nr. 15, maart 1379), xxvii (nr. 21, november 1379), xxxviii (nr. 31, april 1387), xxxix (nr. 34, maart 1388), xlii (nr. 39, maart 1397), lxiv (nr. 60, oktober 1462), xciv-xcvii, ciii-cviii, cxii.
Websites: 
https://nl.wikipedia.org/wiki/Tivolicomplex;
https://www.bouwgeschiedenisutrecht.nl/project/tivolicomplex/;
https://nl.wikipedia.org/wiki/Weesbrug_(Utrecht);
https://bna.nl/transformatie-voormalig-tivoli-oudegracht-245-utrecht/.
Geraadpleegd maart 2026.
Overige Bronnen: KDC BiN-diskw.-dossier Utrecht-OLV/12 apostelen.

Laatste mutatie 16-03-2026
  naar het KDC, voor aanvullingen en commentaar.