Utrecht, H. Frederik van Utrecht

Gediskwalificeerd: ja
Cultusobject: H. Frederik van Utrecht Open Street Maps
Datum: 18 juli
Periode: Middeleeuwen
Religieuze context: Christelijk
Locatie: Sint-Salvatorkerk / Oudmunster
Adres: gelegen ten zuidwesten van de Dom
Gemeente: Utrecht
Provincie: Utrecht
Bisdom: Utrecht
Samenvatting:

Vanaf 1362 tot aan de Reformatie werd in de Sint-Salvatorkerk ofwel Oudmunster in Utrecht een relikwie van de H. Frederik vereerd, bestaande uit een gedeelte van zijn schedel. De H. Frederik was bisschop van het bisdom Utrecht in de 9e eeuw en martelaar. Er was geen sprake van een bedevaartcultus.  

Auteur: Geert Vink / Marga Pauwels
Illustraties:
Topografie

 - De Sint-Salvatorkerk is omstreeks 695 gebouwd door de H. Willibrord, de stichter van het bisdom Utrecht, binnen de muren van het oude Romeinse castrum (overeenkomend met het huidige Domplein). De kerk lag pal ten zuidwesten van de Dom. Beide kerken vormden in de eerste eeuwen van het Utrechtse bisdom een dubbelkathedraal. In de 10e eeuw kwam hieraan een eind en sloegen de Dom en de Sint-Salvator in kerkelijk-institutioneel opzicht ieder een eigen richting in. In 1023 werd de nieuwe romaanse Dom gewijd. Vanaf dat moment werd de Salvatorkerk ook wel Oudmunster genoemd, wat 'oude kerk' betekent. 
- Zie voor de Sint-Salvatorkerk ofwel Oudmunster ook Utrecht, O.L. Vrouw in de Crocht.

Cultusobject

- Frederik van Utrecht was bisschop van Utrecht tussen ca. 815 en ca. 835 en is een heilige en martelaar van de Rooms-Katholieke kerk. Over Frederiks geboorte, afkomst en jeugd ontbreekt historisch betrouwbare informatie. Hij zou behoren tot de Friese adel en rond 780 geboren zijn in het Hollands-Friese kustgebied. Hij zou onderwijs hebben ontvangen van de geestelijken in Utrecht, waaronder bisschop Ricfried (ook: Rixfried). Na afronding van zijn studies zou hij door de bisschop tot priester zijn gewijd en belast met de kerstening van de heidenen in het noorden van het bisdom en op Walcheren. Geschiedkundig staat vast dat hij Ricfried opvolgde als bisschop van Utrecht, deelnam aan het concilie van Mainz in 829 en correspondentie onderhield met Hrabanus Maurus, de abt van het door Bonifatius gestichte klooster in Fulda. In het diocees Utrecht dat zowat het huidige Nederland van boven de rivieren omvatte, ging bisschop Frederik voortvarend te werk. Volgens zijn hagiografen bestreed hij in het land der Friezen een ketterij, waarvan de aard onbekend is. Op Walcheren bestreed hij huwelijken tussen te nauwe bloedverwanten. In 834 maakte bisschop Frederik mee hoe de residentiestad Utrecht door de Noormannen werd geplunderd. Volgens de Passio Frederici, een 11de-eeuws geschrift, zou Frederik in 835 zijn vermoord op bevel van keizerin Judith, de tweede vrouw van keizer Lodewijk de Vrome. De bisschop verzette zich tegen het zijns inziens losbandig gedrag van de keizerin. Mogelijk omdat bisschop Frederik haar te streng vermaande, zou hij haar toorn hebben gewekt. Als jaartal van de moord wordt ook 838 genoemd. Andere bronnen beweren dat hij door heidenen op Walcheren is omgebracht. Volgens kerkelijke bronnen is hij gestorven op 18 juli 838, andere bronnen geven jaartallen tussen 834 en 838. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in de Sint-Salvatorkerk in Utrecht.

Verering

- Volgens kanunnik Jan Mersman was Frederiks graf van 'kostbare steen' gemaakt, die 'voortdurend vochtig' bleef. Voor de Middeleeuwer zal dit wonderbaarlijk zijn geweest, anders had Mersman het niet vermeld. Uit bijschriften weten we dat het graf van 'marmer' was gemaakt (in de Middeleeuwen noemt men overigens alle kostbare of bijzondere steen al snel 'marmer' zonder dat het dit volgens moderne maatstaven geweest hoeft te zijn). Rondom op de tombe was de historie van Frederik in steen uitgebeeld. 'Ter linkerzijde' van het graf bevonden zich volgens Mersman picturae, schilderingen, waaronder versregels, die de lof van de heilige zongen. Voor het graf hingen twee olielampen ter verlichting.
- De geschiedenis van de verering van de H. Frederik in Utrecht begint in het jaar 1362, toen het feit, dat de kostbare tombe van de heilige in de grote crypte van de Utrechtse Salvatorkerk hersteld moest worden, aanleiding gaf tot het maken van de schrijn van de heilige Frederik. Een deel van diens schedel werd toen uit het graf genomen en is aldus in zilver beslagen. Uit veel feiten - die men bij zijn biografen vermeld kan vinden - blijkt dat de relieken van de H. Frederik in de Oudmunster in hoge eer werden gehouden.
- Op zijn feestdag, 18 juli, hielden de kanunniken volgens de Ordinarius, een processie "directe [ad] cryptam et non chorum" en de fraaie chef-reliquaire werd die dag voortdurend ter verering uitgesteld. In een tussen 1525 en 1530 geschreven Ordo Ornamentorum van de Sint-Salvatorkerk, vindt men namelijk bepaald: "Het hoofd van de H. Fredericus, in beide Vespers op het hoogaltaar geplaatst, wordt vóór de H. Mis door de priester, die de weekbeurt heeft, naar de grote crypta overgebracht, waarbij twee koorknapen vooruit gaan, met brandende kaarsen, ontstoken op de daarvoor bestemde kandelaren.....Tijdens het Offertorium der Hoogmis wordt het de koorheren ter verering aangeboden.... en in beide Vespers en Completen moeten op kleine kandelaars, vóór dit reliquaire geplaatst, twee waskaarsen branden, die ook tijdens de Hoogmis, die in de grote crypta gezongen wordt, in dezelfde kandelaars op het altaar moeten staan". 
- In 1563 werd daarenboven bepaald, dat, als het feest op een zondag viel, de processie ook door de tuin van de bisschop zou gaan, waarbij het hoofd gedragen werd door de beurtenaar in een blauwe kap.
- Er bestond een afzonderlijke draagbaar, waarop de schrijn tijdens de ommegang "op daarvoor bestemde kleeden" staan moest. En, behalve op Frederiks eigen dag, werd het hoofd bij twintig feesten op het hoofdaltaar gezet, 's-morgens voor de Prime, terwijl het ook op het feest der kerkwijding en van Maria Magdalena meeging in de processie.
- De overwinning van de Hervorming in Utrecht maakte natuurlijk een einde aan de liefdevolle zorgzaamheid, waarmee het venerabel 'hoofd van Sinte Frederik' twee eeuwen was bewaard. Het lot van de Utrechtse Dom, in 1580 tweemaal bestormd, gehavend en geplunderd, deed de kanunniken van de Sint-Salvator inzien, dat ook hun heiligdom zou worden aangevallen. Uit enkele bewaard gebleven oorkonden blijkt dat ze de geredde relikwieën onderzocht en in negen kisten geborgen hebben. Ze schrijven daarin verder dat ze de relieken, na de beeldenstorm van 7 maart 1580, bijeengezet hebben in het koor en ze, toen in 1587 tot de sloop van hun kerk besloten was, buiten de kerk in veiligheid te hebben gebracht. 
- In het Rijksmuseum wordt de reliekschrijn van de H. Frederik bewaard. In de schrijn in de vorm van een borstbeeld zat ooit een deel van zijn schedel. De reliekschrijn is gemaakt door Elias Scerpswert in 1362. 

Bronnen en literatuur

Archieven: RAU, OM nr. 483-5 FAB 1408/9 en nr. 499-3, 1501/2. 
Literatuur: Mersman, 'Topographia', 345 (kanunnik Jan Mersman stelde in 1592 een uitvoerige beschrijving van de toen reeds afgebroken Oudmunsterkerk op schrift); Hugo van Heussen & Hugo van Rijn, Historie ofte beschryving van 't Utrechtsche bisdom (Leiden: Vermey, 1719) p. 45 (waarbij bedacht moet worden dat de auteur vele jaren na dato en sterk apologetisch gekleurd schrijft); 'Een veertiend'eeuwsche reliekschrijn. Caput S. Frederici episcopi', in: De Katholiek. Godsdienstig, geschied- en letterkundig Maandschrift, honderd-en-zestiende deel 1899, p. [350]-370; Bram van den Hoven van Genderen, De Heren van de Kerk. De kanunniken van Oudmunster te Utrecht in de late Middeleeuwen (Zutphen: Walburg Pers, 1997) p. 516-517, 604-605, 637-638.
Websites:
Website Heiligen.net: Frederik van Utrecht;
https://nl.wikipedia.org/wiki/Frederik_van_Utrecht.
Geraadpleegd 12-1-2026.
Overige bronnen: KDC BiN-diskw.-dossier Utrecht-Oswald-Freder[ik].

Laatste mutatie 12-01-2026
  naar het KDC, voor aanvullingen en commentaar.