Utrecht, H. Maria Magdalena

Gediskwalificeerd: ja
Cultusobject: H. Maria Magdalena Open Street Maps
Datum: 22 juli (is de kerkwijdingsdag van de Dom)
Periode: ?? - ca. 1580
Religieuze context: Christelijk
Locatie: St. Maartenskerk / Dom
Adres: Domplein 31, 3512 JC Utrecht
Gemeente: Utrecht
Provincie: Utrecht
Bisdom: Utrecht
Samenvatting:

In de Middeleeuwen bezat de Dom in Utrecht een reliek van de H. Maria Magdalena. De verering van de reliek, om de zeven jaar, viel samen met de viering van de dag van de kerkinwijding van de Dom (22 juli). Er zijn in de bronnen géén aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een aparte bedevaartcultus rondom deze heilige. Er is geen sprake van een bedevaartplaats.

Auteur: F.H.A. Rikhof; Geert Vink
Illustraties:
Topografie

- Over de oudste vorm van de Dom is weinig of niets bekend. In 857 is zij door de Noormannen grondig verwoest. Pas in de jaren na 920, toen de bisschop het weer veilig achtte om in Utrecht te resideren, is zij herbouwd. Naderhand, respectievelijk in 1017, 1131 en 1148, is de kathedraal door brand beschadigd. Kennelijk is bij de eerste twee branden de schade beperkt gebleven, omdat de Dom in 1023 en in 1132 alweer herwijd is. De derde keer vergden de herstelwerkzaamheden meer tijd en werd de kerk pas op 22 juli 1173 opnieuw ingewijd. Deze dag gold sedertdien als de officiële kerkwijdingsdag. De kerk was gewijd aan Sint Maarten en gebouwd in romaanse stijl. In 1253 werd de Dom als gevolg van een grote stadsbrand zo zwaar aangetast, dat men besloot tot nieuwbouw in gotische stijl. Vanwege de Reformatie is de kerk sinds 1580 protestants. Het schip is als gevolg van een windhoos in 1674 ingestort. De Domtoren en het resterende deel van de Domkerk staan daarom los van elkaar.

Cultusobject

- In het Nieuwe Testament komen drie verschillende Maria's Magdalena voor, die sinds de kerkvader Augustinus in de Rooms-Katholieke Kerk - overigens ten onrechte volgens sommige auteurs - als een en dezelfde persoon worden beschouwd. De eerste is Maria van Magdala, die afkomstig is uit het gelijknamige stadje aan de westelijke oever van het Meer van Genesaret. Jezus dreef bij haar zeven duivels uit. Na deze daad van verlossing volgde zij Jezus, tezamen met andere vrouwen uit Galilea, op zijn tochten door Palestina, stond onder diens kruis en was behulpzaam bij de graflegging van Jezus' lichaam. Tevens behoorde zij tot de eersten, aan wie de verrijzenis bekend gemaakt werd en aan wie Jezus na zijn wederopstanding is verschenen. De tweede Maria Magdalena komt in het evangelie van Lucas voor als de boetvaardige zondares die Jezus' voeten balsemde. Over haar is verder weinig bekend. De derde is Maria van Bethanië, zuster van Lazarus, die door Jezus uit de dood is opgewekt. Deze laatste Maria had een zuster, Martha, en was van aanzienlijke komaf. 
- Zie voor Maria Magdalena ook: Esdonk, Maria Magdalena.  
- Het belang van Maria Magdalena voor de Utrechtse Dom is niet zozeer gelegen in het bezit van een reliek maar veel meer in het feit, dat de herdenking van de kerkwijding al van oudsher samenviel met de feestdag van deze heilige. In het Liber donationum van de Dom is een passage in een 16e eeuwse hand opgenomen over een drietal wijdingen van de kathedraal, waarvan de laatste plaatsvond op 22 juli 1173. Sedertdien is deze dag altijd in ere gebleven als de officiële kerkwijdingsdag. Ondanks de grootscheepse nieuwbouw in gotische stijl, die na de grote stadsbrand van 1253 vanaf het laatste kwart van de 13e eeuw ondernomen is, is de Dom niet opnieuw geconsacreerd maar bleef men vasthouden aan de traditionele datum van de feestdag van Maria Magdalena. Een lokale religieuze gebeurtenis prevaleerde dus duidelijk boven de verering van de heilige. De aanwezigheid van een reliek van Maria Magdalena was dus niet, zoals Post beweert, de aanleiding tot het houden van een processie. Evenmin is de opvatting van Muller Fz, Boeren en Struick juist, die de devotionele festiviteiten te Utrecht toeschrijven aan de herdenking van het opbreken van het beleg van Utrecht door de Hollandse graaf Willem IV op die dag in 1345. Desalniettemin was er aanleiding genoeg om de dag op grootse wijze te vieren. Buiten een processie, waarin alle schrijnen en reliekhouders van de Dom werden rondgedragen, vond in Utrecht een kermis plaats en werd speciaal voor deze gelegenheid de met rood-witte vlaggen versierde Domtoren voor publiek toegankelijk gesteld. Naast de herinnering aan aan de kerkwijding, was eens per zeven jaar de feestdag van Maria Magdalena ook het tijdstip, waarop de volledige reliekenschat van de Dom aan het verzamelde volk werd getoond ter vermeerdering van de godsvrucht.
- Over de reliek is nauwelijks meer bekend dan dat zij was geborgen met vele andere relieken in een grote witte kist met de letter A (In magna cista alba signata littera A). Omtrent de herkomst en lotgevallen na de Reformatie tasten we, evenals bij de meeste andere relieken uit de Domschat, volledig in het duister.

Verering

- Voor de reliek van Maria Magdalena, die de Dom bezat, was in alle genoemde religieuze feestelijkheden een opvallende rol weggelegd. Volgens een in 1522 vervaardigde lijst, moesten op 22 juli deze relieken in de dom tentoongesteld worden en het gehele arsenaal aan kandelaars in de Dom van brandende kaarsen voorzien worden. Gedurende de octaaf (= de week daarna) bleven de relieken van Maria Magdalena in de Dom staan maar werd wel het aantal brandende kaarsen teruggebracht tot drie.
- In de Middeleeuwen werden om de zeven jaar in Utrecht sommige relikwieën in de Dom tentoongesteld om "het gemeen derwaarts te lokken, met bekendtmaakingen". In de meeste plaatsen werden relikwieën elk jaar en soms meermaals per jaar tentoongesteld. Om de zeven jaar was om de goegemeente ervan te overtuigen dat deze relikwieën dan ook zevenmaal waardiger en eerbiediger waren dan de andere en dan ook vereerd moesten worden; met geen ander doeleinde dan daardoor des te meer volk van de omliggende plaatsen naar Utrecht te lokken en daardoor des te meer offeranden te ontvangen, " 't welke" -volgens Le Long- " 't eygentlyke doelwit van dit bedryf was." (Bron: Isaak Le Long, Historische beschryvinge van de Reformatie der stadt Amsterdam (Amsterdam: Johannes van Septeren, 1729)  p. 458).

Bronnen en literatuur

Archieven: Rijksarchief Utrecht, archief domkapittel nrs 419 en 2509; S. Muller Fz., Het oudste cartularium van het Sticht Utrecht ('s-Gravenhage: 1892) (Werken van het Historisch Genootschap, 3e serie nr. 3) p. 178-179; Bronnen tot de bouwgeschiedenis van den Dom te Utrecht. 2e deel, lste stuk: rekeningen 1395-1480, ed. N.B. Tenhaeff; 2e stuk: rekeningen 1480/81-1506/07, ed. W. Jappe Alberts; 3e stuk: rekeningen 1507/08-1528/29, ed. W. Jappe Alberts ('s-Gravenhage 1946, 1969 en 1976) (RGP Grote Serie, dln 88, 129 en 155); H. Bruch (ed.), Johannes de Beke, Croniken van den Stichte van Utrecht ende van Hollant ('s-Gravenhage: 1982) p. 189; R. Benz (vert.), Die Legenda aurea des Jacobus de Voragine (Darmstadt: 1984) p. 470-482. 
Literatuur: H.F. van Heussen en H. van Rijn, Historie ofte beschrijving van 't Utrechtsche bisdom. ...  I. deel Van oudheden en gestichten der stad Utrecht (Leiden: Vermey, 1719) p. 109-110; Isaak Le Long, Historische Beschryvinge van de Reformatie der stadt Amsterdam ... (Amsterdam: Johannes van Septeren, 1729) p. 458 (over de zevenjaarlijkse reliekenvertoning op Maria Magdalenadag); W. Moll, Kerkgeschiedenis van Nederland vóór de hervorming (Utrecht: Kemink, 1869) Tweede deel, derde stuk, p. 167-168; R.R. Post, Kerkgeschiedenis van Nederland in de Middeleeuwen (Utrecht: Het Spectrum, 1957) dl. 2, p. 250; P.C. Boeren, Heiligdomsvaart Maastricht. Schets van de geschiedenis der heiligdomsvaarten en andere jubelvaarten (Maastricht: Uitgevers-Maatschappij "Ernest van Aelst", 1962) p. 156-157; J.J.M. Timmers, Christelijke symboliek en iconografie (2e, herziene druk) (Bussum: Fibula-Van Dishoeck, 1974) p. 283; J.E.A.L. Struick, Utrecht door de eeuwen heen (Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum, 1984) 4e, p. 76. 
Websites:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Dom_van_Utrecht;
https://reliwiki.nl/index.php/Utrecht,_Domplein_31_-_Domkerk_en_Domtoren.
Geraadpleegd op 10-12-2025.
Overige Bronnen: KDC BiN-diskw.-dossier, Utrecht-Maria Magdalena.

Laatste mutatie 10-12-2025
  naar het KDC, voor aanvullingen en commentaar.