Utrecht, H. Adriaan (Adrianus, Hadrianus)

Gediskwalificeerd: ja
Cultusobject: H. Adriaan (Adrianus, Hadrianus) Open Street Maps
Datum: 4 maart (in de vasten)
Periode: 1422 - ca. 1580
Religieuze context: Christelijk
Locatie: St. Maartenskerk / Dom
Adres: Domplein 31, 3512 JC Utrecht
Gemeente: Utrecht
Provincie: Utrecht
Bisdom: Utrecht
Samenvatting:

In de 15e en 16e eeuw bezat de Domkerk in Utrecht een reliek van de H. Adriaan. Bij het feest van de patroonheilige van de kathedrale kerk -de H. Maarten, op 11 november- werd de reliek tezamen met alle andere relieken vereerd. Er zijn in de bronnen géén aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een aparte bedevaartcultus rond de reliek van de H. Adriaan.

Auteur: Geert Vink, F.H.A. Rikhof
Illustraties:
Topografie

- De Dom in Utrecht heeft meerdere voorgangers gekend die na verwoesting of brand steeds werden herbouwd of hersteld. In 1253 was er een grote stadsbrand waarna werd besloten om het romaanse gebouw te vervangen door een geheel nieuwe kathedraal in gotische stijl. De Dom was gewijd aan de H. Maarten. Sinds 1580 is de kerk protestants. Als gevolg van een windhoos is het schip in 1674 ingestort. De Domtoren en het resterende deel van de Domkerk staan daarom los van elkaar. 

Cultusobject

- De H. Adrianus, een Romeins hoofdman in het begin van de 4e eeuw ten tijde van keizer Galerius, bekeerde zich tijdens hevige vervolgingen te Nicodema tot het christelijk geloof bij het zien van de standvastigheid van een aantal christenen, die hij naar de executieplaats vergezelde. Kort daarop stierf hij zelf de marteldood. Nadat eerst zijn benen op een aambeeld waren kapotgeslagen, werden nog een hand en zijn hoofd afgehouwen. Zijn attributen zijn het aambeeld, het zwaard en de leeuw als symbolen van respectievelijk het martelaarschap, de krijgsmansstaat en vermoedelijk standvastigheid. Het lichaam van St. Adrianus rustte oorspronkelijk in Constantinopel. Sinds 1110 worden te Geraardsbergen (B) relieken van de heilige bewaard. De kathedraal van Tours bezit tevens een reliekenborstbeeld.
- De Utrechtse Dom verwierf in 1422 het hoofd van St. Adrianus. In dat jaar werd de reliek door de monniken van de Norbertijner abdij Mariënweerd nabij Culemborg aan domproost Zweder van Culemborg, de latere bisschop van Utrecht, afgestaan ter plaatsing in de Dom. De overdracht kwam mede tot stand, omdat Zweder innige relaties onderhield met de abdij. Bovendien zou het kostbare voorwerp in de Dom meer in de religieuze schijnwerpers staan dan in de abdij, waar de monniken, zo verhaalt Beka, er geringe eer aan bewezen. Waar de reliek in de Dom was opgesteld, is niet geheel duidelijk. Tijdens de herstelwerkzaamheden, die heer Engelbert omstreeks 1471-1472 aan de reliekhouder uitgevoerd heeft, heeft zij in ieder geval de aan de noordzijde van de Dom gelegen sacristie als tijdelijk onderkomen gehad. Dit blijkt uit de post in de rekening van de domfabriek (de administratieve beheerseenheid voor de bouwactiviteiten van de nieuwe Dom, ingesteld na de stadsbrand van 1253) over het boekjaar maart 1471/72. Dat haar verblijf aldaar van voorlopige aard was, wordt bevestigd door de weinige overgeleverde inventarissen van ornamenten en paramenten in de sacristie, die de domthesaurier verplicht was jaarlijks op te maken. In de exemplaren van 1498/99 en 1504 ontbreekt de reliek in de opsomming. Naderhand werd de sacristie wel de permanente bewaarplaats, zoals geconcludeerd mag worden uit de vermelding in de inventarissen van 1530 en 1574.
- In 1504 werd tussen het domkapittel en de goudsmid Abel van der Vechte een contract gesloten, waarbij de laatste voor een som van tussen de 80 en 125 gouden rijnsgulden een zilveren reliekhouder voor het hoofd van St. Adrianus zou vervaardigen. De schrijn viel in 1578 ten offer aan het vuur toen al het kerkzilver van de Dom werd omgesmolten ter financiering van de strijd tegen de Spanjaarden. De lotgevallen van de reliek na de Reformatie in 1580 te Utrecht zijn duister.
- In zijn Kerkgeschiedenis vermeldt Post abusievelijk, dat de Dom in het bezit was van het 'hoofd van Sint-Andreas'. Dit moet 'het hoofd van Sint-Adrianus' zijn. Evenmin is zijn bewering juist, dat deze belangrijke reliek aanleiding gaf tot een processie. Er zijn daarvoor geen aanwijzingen gevonden.

Verering

- Over het gebruik van de reliek in de eredienst wordt een tipje van de sluier opgelicht in een in 1522 opgestelde lijst over de vertoning van de in de Dom aanwezige relieken aan het aanwezige kerkvolk. Op 11 november, de feestdag van St. Maarten, de patroonheilige van de Dom, werden alle relieken getoond. De die dag dienstdoende priester-kanunnik moest volgens de liturgische orde vanuit het koor naar de relieken van St. Adrianus en St. Eligius lopen en die vervolgens bewieroken.

Bronnen en literatuur

Archieven: Rijksarchief Utrecht, archief domkapittel nrs 419 en 2509; G. Brom (ed.), 'Middeleeuwse kerksieraden', in: Archief voor het Aartsbisdom Utrecht, XXVI (1900) p. 249-251; Bronnen tot de bouwgeschiedenis van den Dom te Utrecht. 2e deel, 1ste stuk: rekeningen 1395-1480, ed. N.B. Tenhaeff; 2e stuk: rekeningen 1480/81-1506/07, ed. W. Jappe Alberts; 3e stuk: rekeningen 1507/08-1528/29, ed. W. Jappe Alberts ('s-Gravenhage 1946, 1969 en 1976) (RGP Grote Serie, dln 88, 129 en 155); H. Bruch (ed.), Johannes de Beke, Croniken van den Stichte van Utrecht ende van Hollant  ('s-Gravenhage: M. Nijhoff, 1982) p. 354-355; R. Benz (vert.), Die Legenda aurea des Jacobus de Voragine (Darmstadt: 1984) p. 688-693.
Literatuur: H.F. van Heussen en H. van Rijn, Historie ofte beschrijving van 't Utrechtsche bisdom ..., I. deel Van oudheden en gestichten der stad Utrecht (Leiden: Vermey, 1719) p. 105-111; W. Moll, Kerkgeschiedenis van Nederland vóór de hervorming, Tweede deel, derde stuk (Utrecht: Kemink, 1869) p. 167-168; R.R. Post, Kerkgeschiedenis van Nederland in de Middeleeuwen (Utrecht: Het Spectrum, 1957) II, p. 250; J.J.M. Timmers, Christelijke symboliek en iconografie, 2e, herziene druk (Bussum: Fibula-Van Dishoeck, 1974)  p. 228; W.H. Vroom, De financiering van de kathedraalbouw in de middeleeuwen, in het bijzonder van de dom van Utrecht (Maarssen: Gary Schwartz, 1981) p. 334-336 en 537; B.J.P. van Bavel, Goederenverwerving en goederenbeheer van de abdij Mariënweerd (1129-1592) (Hilversum: Verloren, 1993) p. 486.
Website: https://nl.wikipedia.org/wiki/Dom_van_Utrecht.
Overige Bronnen: KDC BiN-diskw.-dossier Utrecht-Andreas-Adrianus.

Laatste mutatie 10-12-2025
  naar het KDC, voor aanvullingen en commentaar.