Utrecht, H. Agnes

Gediskwalificeerd: ja
Cultusobject: H. Agnes Open Street Maps
Datum: 21 januari
Periode: 10e - 16e eeuw
Religieuze context: Christelijk
Locatie: Kathedrale kerk van St. Maarten / Dom
Adres: Domplein 31, 3512 JC Utrecht
Gemeente: Utrecht
Provincie: Utrecht
Bisdom: Utrecht
Samenvatting:

In de Middeleeuwen werden relieken van de H. Agnes bewaard en vereerd in de Domkerk in Utrecht, maar er was geen sprake van bedevaart.

Auteur: Marga Pauwels
Illustraties:
Topografie

- Over de oudste vorm van de Dom is weinig of niets bekend. In 857 is zij door de Noormannen grondig verwoest. Pas in de jaren na 920, toen de bisschop het weer veilig achtte om in Utrecht te resideren, is zij herbouwd. Naderhand, respectievelijk in 1017, 1131 en 1148, is zij door brand beschadigd. Kennelijk is bij de eerste twee branden de schade beperkt gebleven, omdat de Dom in 1023 en in 1132 alweer herwijd is. De derde keer vergden de herstelwerkzaamheden meer tijd en werd de kerk pas op 22 juli 1173 opnieuw ingewijd. Deze dag gold sedertdien als de officiële kerkwijdingsdag. In 1253 was de Dom als gevolg van een grote stadsbrand zo zwaar aangetast, dat men besloot tot nieuwbouw in gotische stijl. Omstreeks 1295 kwam de eerste fase, de kapellenkrans aan de oostzijde, gereed. Daarna vorderden de werkzaamheden langzaam maar gestaag, totdat in 1517 de nieuwe Dom voltooid was. Bij de Reformatie in 1580 kwam de kerk in protestantse handen. De constructie van het schip bleek van slechte kwaliteit te zijn en is het tijdens een windhoos in augustus 1674 ingestort. Tegenwoordig resteert alleen het koor, het transept, de toren en de kooromgang met een deel van de belendende gebouwen, gelegen in het hart van Utrecht, tussen de Oude en de Nieuwe gracht.

Cultusobject

- De H. Agnes is een jeugdige heilige en martelares, die gedood werd omdat ze zich niet wilde voegen in de dienst aan de Romeinse goden waartoe ze gewijd was. Het tijdstip van haar marteldood is onzeker (onder keizer Diocletianus in 304 of onder keizer Valerianus in 258-259) evenals de manier waarop ze om het leven kwam (onthoofding, vuurdood of dolkstoot in de hals). Ze werd begraven in Rome in de catacombe aan de Via Nomentana. Volgens de overlevering verscheen Agnes acht dagen na haar begrafenis aan haar ouders met een lam aan haar zijde. Op de plek van haar graf verrees in de 4e eeuw een basiliek die in de 7e eeuw werd verbouwd in de nog steeds bestaande vorm, de Sant'Agnese fuori le mura. De H. Agnes wordt beschouwd als een van de laatste martelaressen uit de tijd van de vervolgingen. Ze is de patrones van kinderen en jonge meisjes, van verliefden en verloofden, van de kuisheid en van tuiniers. Haar gebeente werd zo enthousiast verspreid dat Agnes er verscheidene malen uit kan worden samengesteld. 
- In de Domkerk werden twee soorten relieken onderscheiden, altaarrelieken en devotierelieken. In het aan Jan de Doper, Thomas en Maarten gewijde hoofdaltaar, dat dateerde uit de 10e eeuw, en in de vele overige sindsdien gestichte altaren werden als onderdeel van de liturgische inrichting van de Dom relieken bewaard. In 1132 werden aan het hoofdaltaar meerdere relieken toegevoegd, waaronder die van de H. Agnes. Naast de altaarrelieken bezat de Dom nog een tweede verzameling heiligenrelicten. Deze relieken werden voor andere doeleinden gebruikt, namelijk religieuze verering en vertoning aan de geestelijkheid en het gelovige volk. Wanneer begonnen is met de opbouw van deze verzameling is niet met zekerheid vast te stellen. De vroegst bekende verwervingen dateren reeds uit de 10e eeuw. In 963 verwierf bisschop Balderik voor de kathedraal de relieken van de H. Agnes en van de H. Benignus. De devotierelieken werden bewaard in soms fraaie reliekhouders.
- In 1461 is de of een reliekkist van de H. Agnes overgebracht naar het toenmalige Agnietenklooster in Zwolle. Volgens de overlevering zouden er sindsdien wonderen gebeurd zijn in het klooster, maar expliciete vermeldingen van een bijzondere cultus of van bedevaarten aldaar ontbreken. 
- Op basis van de sacristie-inventaris van 1504 en relieklijsten uit de 16e en 17e eeuw is bekend dat omstreeks 1525 tenminste de volgende relieken van de H. Agnes in de Dom aanwezig waren: een met de beeltenis van O.L. Vrouw versierde monstrans met onder meer haren van St. Agnes; een door bisschop Jan van Arkel (1342-1364) aan de Dom geschonken kruis van verguld zilver met daarin onder meer wat hoofdhaar van de heilige; de reliekschrijnen van St. Agnes, waarin haar lichaam bewaard werd; een deels zilveren deels vergulde monstrans met relieken van St. Agnes.

Verering

- Op de feestdag van de H. Pontiaan (14 januari)  ging speciale aandacht uit naar zijn relieken, die in het schip werden opgesteld. Evenzo werden op de feestdag van de H. Agnes (21 januari) en de gehele week daarop volgend haar relieken tentoongesteld. De feestdagen van Pontianus en Agnes met de tussenliggende periode waren in het laatmiddeleeuwse Utrecht een periode van volksfeesten rond beide heiligen. Hun relieken werden dan door domkanunniken in processie de stad rondgedragen. Overigens hadden de relieken van de H. Agnes een speciale status, omdat daar het gehele jaar door kaarsen voor werden gebrand, terwijl dit voor enkele andere reliekschrijnen slechts bij bepaalde gelegenheden geschiedde.
- De relieken van de H. Agnes werden ook op andere feestdagen in processie meegevoerd. Op Marcus Evangelist (25 april) vond een processie plaats met onder meer twee vaandels, drie ivoren reliekkistjes en de schrijnen van de H. Pontianus en de H. Agnes. Tijdens de Kruisdagen, de drie dagen - later uitgebreid tot de gehele week - voor Hemelvaart, vond iedere dag een religieuze optocht plaats, waarbij alle kanunniken van de Utrechtse kapittels tegenwoordig waren en onder meer de Nicolaas-, Geerte- en Jacobskerk werden bezocht. In deze processies moesten uit de domcollectie drie zwarte schrijnen, omhuld met witte handdoeken, alle vaandels en reliekschrijnen worden meegedragen. 
- Het absolute hoogtepunt in de reliekencultus in de Dom vond eens in de zeven jaar op kerkwijdingsdag (22 juli) plaats. Dan werden met groot vertoon en in het bijzijn van de bisschop of bij diens afwezigheid van hoge domgeestelijken alle relieken aan het verzamelde volk vertoond. Deze plechtigheid werd enige dagen tevoren onder klokkengelui op het stadhuis bekend gemaakt. Op de dag zelf volgde een korte processie in de Dom. Voorop gingen twee dienaartjes met brandende kaarsen, gevolgd door een derde met het wierookvat. Dan kwamen zeven priesters, gehuld in stolen, die de relieken van verschillende heiligen droegen. De keuze van de te tonen relieken kon variëren, maar de zevende priester droeg altijd het reliekenkruis van bisschop Jan van Arkel. Dit kruis bevatte onder meer het hoofdhaar van de H. Agnes.  Nadat de optocht bij de verzamelde gelovigen was aangekomen, werd eerst het kruis ter verering voorgehouden, dan de kleinere reliekhouders en tenslotte de grotere. Vervolgens trad de bisschop of zijn plaatsvervanger naar voren, verleende een aflaat en zegende de aanwezigen. Afsluitend keerde de processie onder het zingen van 'Te Deum laudamus' weer terug naar de sacristie alwaar enige bekers wijn werden genuttigd. Daarmee was de plechtigheid voor de gelovigen echter nog niet afgelopen. Er volgde een plechtige mis en een preek door een gastprediker die het kapittel had uitgenodigd uit een van de Utrechtse kloosters. 
- Was er nu vanwege de omvangrijke, in prachtige houders geborgen verzameling relieken en een geregelde liturgische campagne ook sprake van een grote toestroom van pelgrims naar de Dom? Historisch onderzoek heeft uitgewezen dat het aantal bezoekers gering is geweest. De Dom heeft zich nooit tot een groots bedevaartcentrum ontwikkeld. De oorzaak daarvan is waarschijnlijk gelegen in het ontbreken van een centrale devotionele trekpleister. De reliekenschat van de Dom bevatte meer kwantiteit dan kwaliteit.
- Wat er na de reformatie in 1580 met de relieken gebeurde, onttrekt zich voor een deel aan onze waarneming. De zilveren en vergulde reliekhouders waren al in 1578 op last van het kapittel omgesmolten voor het lenigen van schulden en de financiering van de opstand tegen de landsheer, koning Philips II, zodat de relieken het sindsdien met een veel minder kostbare behuizing moesten doen.
- Op 24 februari 1602 ontvingen de jezuïeten te Emmerik ettelijke relieken die afkomstig waren uit Utrecht, onder meer een bot van de H. Maarten en delen van Pontianus en Agnes. De resten van deze drie heiligen waren zwart omdat ze te lijden hadden gehad van een brand van de geuzen. 
- Zie voor het volledige overzicht van de relieken in de Dom: Utrecht, H. Maarten (Martinus) / andere heiligen.

Bronnen en literatuur

Literatuur: Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht. Bijdragen, verzameld en uitgegeven op last en onder toezicht van z.d.h. den aartsbisschop, 11 (Utrecht: Wed. J.R. van Rossum, 1883), p. 108-111.
Websites: https://nl.wikipedia.org/wiki/Agnes_(heilige).
Overige bronnen: KDC BiN-diskw.-dossier Utrecht-Maria Magdalena-Agnes.

Laatste mutatie 11-03-2026
  naar het KDC, voor aanvullingen en commentaar.