Hemelum, O.L. Vrouw van Hemelum |
||
| Gediskwalificeerd: | ja | |
|---|---|---|
| Cultusobject: | O.L. Vrouw van Hemelum |
Open Street Maps
|
| Datum: | Onbekend | |
| Periode: | 15e-17e eeuw | |
| Religieuze context: | Christelijk | |
| Locatie: | Sint Nicolaasklooster onder de fundamenten van de huidige Nicolaaskerk. | |
| Adres: | De Klaster 2 8584 VA Hemelum | |
| Gemeente: | Sudwest-Fryslan | |
| Provincie: | Friesland | |
| Bisdom: | Groningen | |
| Samenvatting: |
In de Friese plaats Hemelum stond vanaf de dertiende eeuw het Sint Nicolaasklooster, een benedictijner vrouwenklooster, later mannenklooster. Hier stond een Mariabeeld met een Friese kap op het hoofd. De verering was lokaal van aard. Geen bedevaartkarakter. |
|
| Auteur: | Geert Vink / Frans Kroonenberghs | |
| Illustraties: | ||
| Topografie |
- Hemelum is een Friese plaats, gelegen tussen Koudum en Bakhuizen in Gaasterland. De vroegste informatie over de plaats dateert uit het einde van de 12e eeuw. Het bezat een stins (een verdedigbare woontoren), enkele states (grote landhuizen) en sinds de 13e eeuw een klooster, het Sint-Nicolaasklooster. Dit klooster was gesticht vanuit de Odulphusabdij in Stavoren (1132–1495), bekend als zeer groot centrum van Maria-verering, ontstaan uit een kapittel (van augustijner koorheren) ca. 830, na verval omgezet in een abdij der Benedictijnen. Aanvankelijk was het Sint Nicolaasklooster een vrouwenklooster. In de 15e eeuw raakte de abdij in Stavoren, door oorlog en overstromingen, in verval. In 1495 verhuisden ook de monniken vanuit hier naar Hemelum. Zij leefden volgens de regels van de H. Benedictus, sober, en werkten vooral op het land en hielden vee. In de late Middeleeuwen had het zuidwesten van Friesland te kampen met binnenlandse onlusten. Veel kloosters werden daarom versterkt met een ommuring of met grachten. Ook het klooster in Hemelum kreeg te maken met aanvallen en berovingen van lokale bendes. Het legde grachten aan rond het kloosterterrein en bouwde haar voorraadschuur daarom tot een stins om. Deze diende als fort en stond bekend als "De Spiker". Op 12 november 1485 vielen de "Vetkopers", de bende onder leiding van Ige Galama, de Spiker aan. Zij roofden de hele inhoud en maakten vervolgens het gebouw met de grond gelijk. Tijdens de Reformatie kwam er uiteindelijk een einde aan het klooster. Het werd na 1589 afgebroken en op de fundamenten van de oude kloosterkapel werd in 1668 de huidige Nicolaaskerk gebouwd. De ruïne van het klooster bestond nog tot in de 18e eeuw.
|
|
| Cultusobject |
- Voor de Odulphusabdij in Stavoren en het klooster in Hemelum zie ook Stavoren, H. Oldulphus en Stavoren, O.L. Vrouw. |
|
| Verering |
- Friesland kende ooit vele kerken en kloosters. Er was, tijdens haar katholieke periode, een rijke traditie van Mariaverering. Deze verering uitte zich m.n. in de verering van Mariabeelden, in de oude zegels van de Friezen en (volgens pater Titus Brandsma) in de verering van Maria als patrones van Friesland door een nationale feestdag. Centrum van deze Mariaverering was het Sint-Odulphusklooster in Stavoren. Odulphus was door de bisschop van Utrecht, waartoe Friesland behoorde, naar deze streek gestuurd om ketterij te bestrijden en om daar een bolwerk ter verdediging van het geloof op te richten. Bij Stavoren ontstond een centrum van geloofsverdediging dat in de tijd daarna uitgroeide tot een abdij van Reguliere Kanunniken. Het kreeg de naam Odulphusklooster maar werd voor de Reguliere Kanunniken gesticht als Lieve Vrouweklooster. Het stond bekend om haar grote godsvrucht tot Maria. Deze Mariaverering werd met de verhuizing van de monniken in de 15e eeuw overgebracht naar Hemelum. Ook het Mariabeeld uit het Odulphusklooster kwam zo terecht in het klooster van Hemelum. Er bestond bij het volk een grote verering voor dit beeld dat vooral het moederschap van Maria in herinnering bracht. Van heinde en ver kwamen gelovigen hier naartoe om te bidden. Zij konden een aflaat van 40 dagen verdienen bij een bezoek aan dit Mariaheiligdom. Volgens pater Kronenburg werd het beeld nog in het midden van de 17e eeuw de Friesche Lief-vrouw (us leaffrouwe) genoemd en leefde de herinnering eraan nog lang voort. Het volk noemde de kapel te Hemelum, waar het Mariabeeld werd vereerd, "formaria". Dit zou een samentrekking van 'Vrouwe Maria' zijn.
|
|
| Bronnen en literatuur |
Literatuur: H.F. van Heusen, Oudheden en gestichten van Vriesland, tusschen 't Vlie en de Lawers, dl. I, vertaling H. van Rijn, p.. 498 (Leiden 1723); J.A.F. Kronenburg, Maria's Heerlijkheid in Nederland. II, De Middeleeuwen. De vereering der H. Maagd in onze kerkgebruiken en III. De Middeleeuwen. De vereering der H. Maagd door onze kloosterlingen (Amsterdam 1904); G.J. de Langen & J.A. Mol, 'Nonnen, monniken en leken: de relatie tussen het klooster en de parochiekerk van Hemelum' in: Alde Fryske Tsjerken, vol. 31(2024), p. 4-9. |
|
| Laatste mutatie | 12-11-2025 | |
|
naar het KDC, voor aanvullingen en
commentaar. |
||


