Elst ('Heliste'), Hercules Magusanus

Cultusobject: Hercules Magusanus Open Street Maps
Datum: Onbekend
Periode: 1e - 4e eeuw
Religieuze context: germaans-Keltisch / Romeins
Locatie: N.H. Grote Kerk (vm. Werenfriduskerk)
Adres: Grote Molenstraat 2, 6661 DJ Elst
Gemeente: Overbetuwe
Provincie: Gelderland
Bisdom: n.v.t.
Samenvatting:

In Elst bevond zich in de Romeinse tijd een belangrijk Bataafs heiligdom met een vereringscultus voor de Germaanse-Romeins godheid Hercules Magusanus. Vanuit de wijde regio bezochten van de 1e tot en met de 4e eeuw Bataven en soldaten en veteranen uit het Romeinse leger, dit bedevaartsoord.

Auteur: Peter Jan Margry
Illustraties:
Topografie

- De Romeinse periode vangt in Nederland aan met de vestiging van het Nijmeegse Augustus Castrum in 19 voor Christus. In de buurt ontstond vervolgens de stad Nijmegen (toen: Ulpia Noviomagus). Heliste (het latere Elst), was een vicus van enkele honderden inwoners wonende in houten boerderijen, plaatselijk in groepjes ter grootte van een gehucht. Het lag ten noorden van Nijmegen, niet ver van de noordelijke Romeinse rijksgrens (de limes), op een knooppunt van (water-) wegen, met een bevaarbaar riviertje richting de Rijn. Het bestuurscentrum Nijmegen was met een weg en een houten brug over de Waal direct via Lent en Elst met de limes, de Rijn, verbonden.
- In de omgeving duidelijk zichtbaar, werd op het hoogste punt van Elst, onderdeel van de hoge gronden en rivieroevers in de Over-Betuwe, rond 50 na Chr. een grote tempel opgericht. Mogelijk stond eerder op deze plek al enkele decennia een houten voorganger. De nieuwe stenen tempel werd ten tijde van de Bataafse opstand in 69-70 alweer vernietigd en kort daarna vervangen door een grotere, eveneens publieke tempel die tot het midden van de 4e eeuw als regionaal heiligdom in gebruik is gebleven. Na hun verloren opstand werden de Bataven allengs loyaler jegens het Romeins bestuur.
Het werd een inheems heiligdom dat tegelijk fungeerde als een symbool voor de ontstane alliantie tussen Romeinen en Bataven. Elst een religieus centrum voor de omgeving.
- De twee opeenvolgende stenen tempels waren inheemse Germaans-Bataafse heiligdommen die naar hun vorm tot het Gallo-Romeinse type behoorden, dat wil zeggen gebouwd met de kennis en hulp van de lokale ‘Romeinen’. Ze behoorden tot de grootste (‘uitzonderlijk’ schrijft Bogaers) tempels in zijn Gallo-Romeinse soort. De oudste tempel uit 50 na Chr. was rechthoekig (ca. 11,5 x 9 m.) en voorzien van een omgang. Het gebouw, de resten daarvan, kan gelden als het oudste stenen gebouw van Nederland. 
- De tweede tempel, gebouwd kort na 70 na Chr., had een rechthoekige cella en was omgeven door een besloten portico of veranda. Het was bovendien op een voor dit type zeldzaam podium gebouwd. De cella mat ca. 16 x 13 meter; de omgang 28 x 23 meter. De colonnade was uitgevoerd met Korinthische zuilen.
- De resten van beide tempels kwamen in 1947 aan de oppervlakte bij een opgraving in en onder de hervormde kerk van Elst die in 1944 door oorlogshandelingen zwaar beschadigd was geraakt. 
- De huidige hervormde Grote Kerk van Elst, is de opvolger van de eerste romaanse kerk die in 726 bovenop het in de 4e eeuw vernietigde Romeinse heiligdom is gebouwd. Na de oorlog en de opgraving werd de verwoeste kerk op dezelfde plek weer heropgebouwd, met de restanten, deels nog zichtbaar, eronder.
- Op zo’n 500 meter, in de huidige wijk Elst-Westeraam is in 2002 een tweede cultusplaats met tempel uit de 1e eeuw opgegraven, indertijd door een waterloop van bovengenoemde grote tempel afgescheiden. Gezien zijn kleinere afmetingen, ca. 13 x 14 meter, wordt deze tempel als een private cultusplaats getypeerd.

Cultusobject

- In 1955 kon archeoloog Bogaers op basis van de toen verrichte opgravingen nog geen duidelijk antwoord geven aan welke godheid de tempels waren gewijd. Hij vermoedde de Bataafse oppergod, namelijk Hercules Magusanus, onder welke naam deze bij de Bataven bekend was.
- Inmiddels is duidelijk geworden dat het inderdaad Hercules en Magusanus waren die er gedurende enkele eeuwen vereerd werden. Een beeldje en een votiefsteen van Hercules Magusanus zijn in 2002 gevonden.
- De mythe van Hercules is onder de Romeinen met zekerheid al in de 1e eeuw voor Christus ontstaan. Hij representeerde voor hen de mythische eerste civilisator van de ‘barbaarse’ Germaanse grensgebieden. Hij trok als beschermende god als het ware met de Romeinse legers mee naar het noorden van het rijk. Tijdens de veroveringen in Gallië vervulde hij de rol van de godheid die pacificeerde en bescherming bood tegen de gevaren van het ‘barbaars’ territoir. Diezelfde mythe zegt dat de Galliërs van hem afstammen en dat met hem hun jaartelling begon. 
- Voor de Bataven kreeg deze cultus een diepere betekenis die tot uiting kwam in de godheid met de dubbele naam, een Romeinse en een inheemse: Hercules Magusanus. De cultus heeft daarmee een syncretistische vorm. Door historici wordt hij wel als de hoofdgod van de Bataven beschouwd. Hercules Magusanus was echter geen loutere kopiëring van de Herculus cultus maar vormde een godheid die cultureel-religieus dichter bij de Bataven lag. Het blijft echter de vraag wie de Romeinse Hercules mythe met die van Magusanus heeft verbonden. Gebeurde dat al door een pre-romeinse Bataafse elite? Zijn heiligdommen worden als van pre-romeinse origine gedateerd. Magusanus werd in de limes regio’s als held vereerd. Hij fungeerde namelijk als mediator tussen de bestaande Germaaanse gemeenschappen en de nieuwe Romeinse, juist omwille van de stigmatisering van de eersten als ‘barbaren’.
- Hercules Magusanus wordt getypeerd als een sterk masculiene godheid, vol kracht en moed en in relatie staand tot de militaire cultuur van de Romeinen. Dit komt tot uiting in de offers van wapentuig aan hem. Tacitus schreef dat hij voor soldaten in Germanië een groot voorbeeld was. De meeste offers kwamen dan ook van soldaten en veteranen. Maar tegelijk was hij ook de patroon of beschermer van paarden en van vee in het algemeen. De veehouderij was immers gemeengoed in deze streken.
- Iconografisch is hij afgebeeld met een leeuwenvel over de schouder en een knots en drinkbeker in de hand. Daarin volgt zijn beeld het Romeinse archetype. 

Verering

- Tempel, altaar en cultusbeeld vormden de centrale onderdelen van een Romeins heiligdom. Als bedevaartplaats diende het een publiek karakter te hebben, zodat zowel Bataven als Romeinse bewoners er hun rituelen en offers konden praktiseren, zoals in Kessel, Empel en Herwen. Iedere gemeenschap kon tijdens het godsdiensttolerante Romeinse bewind zijn eigen goden vereren. In deze streken verzamelden de vereerders zich daartoe niet binnen in de tempels, want dat was zoals gebruikelijk het huis voor de godheden alleen. Derks heeft zo’n 300 van Gallo-Romeinse tempels in noord-Gallië gevonden, waarvan overigens maar een deel met een publiek karakter zoals in Elst. De rest waren kleine Romeinse private (huis-) heiligdommen.
- De cultusgemeenschap werd gevormd door de bewoners in een brede regio. Het heiligdom had regionale functie voor de pagus of de civitas. Daarom werden de tempels gebouwd op publiek terrein met een algemeen welzijnsdoel. Roymans maakt in zijn studie duidelijk hoe de Herculus Magusanus heiligdommen functioneerden als plaatsen met een identitaire betekenis voor de Bataven en waar men op gezette tijden de godheid ook in het algemeen kwam eren en aanroepen.
- In de Bataafse heiligdommen vond men weinig offers van priesters, magistraten, officieren, maar juist veel van privépersonen. Zij deden dat meestal in geschrift met korte teksten die bewaard zijn gebleven op offerstenen of als graffiti op de muren. Offerstenen bleven in de regel het best bewaard. Veel van wat door de bedevaartgangers voor de godheid werd opgeschreven is niet bewaard gebleven. Dat geldt met name de libelli, de houten schrifttabletten of de gezegelde metalen doosjes met een votieftekst (votum) zoals die wel nog in Empel zijn gevonden.
- De offerpraktijk gebeurde in de regel omwille van een speciale reden, ter vervulling van een gedane gelofte door iemand of als er speciale gunsten nodig waren. De offers konden bestaan uit munten, fibula’s, vlees, fruit, wijn of wierook. De gebruiken komen min of meer overeen met wat Julius Caesar schreef over zieke Galliërs of degenen die zich voor strijd opmaakten en serieuze offers brachten: vee of zelfs mensen. 
- In Elst is een unieke in het Grieks geschreven graffito op een stuk muur aangetroffen, dat verwijst naar iemand die ter plekke voor de godheid hardop met het ritueel van de eed of gelofte, het votum, heeft uitgesproken (de ‘nuncupatio’).
- Ook is er van een Bataafs ouderpaar een offersteen voor hun kinderen gevonden, waarbij de Herculus Magusanus fungeert als patroon voor de jeugd en de initiatieriten rond jeugd en het soldaat worden.
- De tempel van Elst heeft tot het midden van de 4e eeuw als Bataafs-Romeins heiligdom gefunctioneerd.

Continuïteit en de kwestie Magusanus vs Martinus
- Er is wel eens gesuggereerd, maar door gedegen kerkhistorici als Regnerus Post direct bestreden, dat Magusanus, als nationale held van de Bataven, bij de kerstening van Nederland door Sint Maarten, als de nationale held-heilige van de Franken, zou zijn vervangen. Dit zou dan op cultuscontinuïteit tussen de ‘heidense’ Germaanse tijd en de ‘christelijke’ periode wijzen. Die suggestie werd gedaan vanwege enige overeenkomst in beider namen en in hun status en tegen de achtergrond van een algemeen schrijven van paus Gregorius de Grote uit 601 met het verzoek om heidense heiligdommen niet te vernietigen maar te behouden en te kerstenen. 
- In het geval van ‘Elst’ bestaat voor die cultusobject ‘omzetting’ geen enkel bewijs, sterker nog, het historisch-archeologisch chronologisch ‘gat’ tussen ‘heidens’ en ‘christelijk’ bedraagt in Elst ruim drie eeuwen. De diverse opgravingen brachten geen vondsten uit de periode van late 4e tot 7e/8e eeuw naar boven. Er is verder ook geen enkele historische bron met aanwijzingen voor een directe wisseling van de wacht tussen die twee. 
- De christelijke kerk is echter wel direct bovenop tempelresten gebouwd. Waarschijnlijk hebben de latere kerkbouwers functioneel gebruik gemaakt van de daar nog aanwezige ‘fundering’, de Romeinse tempelruïne
- De eerste St. Maartenskerk is door missionaris Werenfridus, een gezel van Willibrord, in 726 opgericht. Er bestond niet een eerder kerkgebouw. De opvolger, de tweede kerk, werd in 10e eeuw gewijd aan diezelfde Werenfridus en opnieuw werd Elst een bedevaartsoord. 
- In 15e eeuw werd de derde, grotere en gotische kerk gebouwd. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog in 1588, werden de relieken van St. Werenfridus op het plein voor de kerk ritueel verbrand en kwam ook aan dat heiligdom een einde.

Bronnen en literatuur

Literatuur: Juliaan E.A.Th. Bogaers, De Gallo-Romeinse tempels te Elst in de Over-Betuwe (Den Haag: Staatsuitgeverij, 1955); Ferdinand J. de Waele, Over de betekenis van de Gallo-Romeinse tempels te Elst (Nederland) (Brussel: Kon. Vlaamse Academie, 1955); Ton Derks, Gods, Temples and Ritual Practices. The Transformation of Religious Ideas and Values in Roman Gaul (Amsterdam: AUP, 1998) p. 215-239; Nico Roymans, Ethnic Identity and Imperial Power. The Batavians in the Early Roman Empire (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2004); Harry van Enckevort & Jan Thijssen (red.), In de schaduw van het noorderlicht. De Gallo-Romeinse tempel van Elst-Westeraam (Abcoude: Uniepers, 2005); Ton Derks, J. van Kerckhove & P. Hoff, Nieuw archeologisch onderzoek rond de Grote Kerk van Elst, gemeente Overbetuwe (2002-2003) (Amsterdam 2008); Ton Derks & Nico Roymans (red.), Ethnic Constructs in Antiquity. The Role of Power and Tradition (Amsterdam: AUP, 2009); Nico Roymans, ‘Hercules and the Construction of a Batavian Identity in the Context of the Roman Empire’, in: Derks & Roymans, Ethnic Constructs, p. 219-238; Manuel Fernández-Götz & Nico Roymans, ‘The Politics of Identity: Late Iron Age Sanctuaries in the Rhineland’, in: Journal of the North Atlantic 8 (April 2015) p. 18-32; Harry van Enckevort, ‘Stones, Tiles, Temples and Villas. A Social-Economic Transformation of the civitas Batavorum (85–120 AD)’, in: Marion Brüggler, Julia Obladen-Kauder & Harry van Enckevort (red.), Town-Country Relations in the Northern Parts of Germania inferior from an Economic Perspective (Heidelberg: Propylaeum, 2020) p. 7-17.
Websiteshttps://nl.wikipedia.org/wiki/Tempels_van_Elst; https://www.angelfire.com/me/ik/elst.html/.
Overige Bronnen: Nijmegen KDC BiN-dossier Elst-Hercules-Magusanus.

Laatste mutatie 05-01-2025
  naar het KDC, voor aanvullingen en commentaar.