Elst ('Heliste'), Hercules Magusanus |
||
Cultusobject: | Hercules Magusanus |
![]() |
---|---|---|
Datum: | Onbekend | |
Periode: | 1e - 4e eeuw | |
Religieuze context: | germaans-Keltisch / Romeins | |
Locatie: | N.H. Grote Kerk (vm. Werenfriduskerk) | |
Adres: | Grote Molenstraat 2, 6661 DJ Elst | |
Gemeente: | Overbetuwe | |
Provincie: | Gelderland | |
Bisdom: | n.v.t. | |
Samenvatting: |
In Elst bevond zich in de Romeinse tijd een belangrijk Bataafs heiligdom met een vereringscultus voor de Germaanse-Romeins godheid Hercules Magusanus. Vanuit de wijde regio bezochten van de 1e tot en met de 4e eeuw Bataven en soldaten en veteranen uit het Romeinse leger, dit bedevaartsoord. |
|
Auteur: | Peter Jan Margry | |
Illustraties: | ||
Topografie |
- De Romeinse periode vangt in Nederland aan met de vestiging van het Nijmeegse Augustus Castrum in 19 voor Christus. In de buurt ontstond vervolgens de stad Nijmegen (toen: Ulpia Noviomagus). Heliste (het latere Elst), was een vicus van enkele honderden inwoners wonende in houten boerderijen, plaatselijk in groepjes ter grootte van een gehucht. Het lag ten noorden van Nijmegen, niet ver van de noordelijke Romeinse rijksgrens (de limes), op een knooppunt van (water-) wegen, met een bevaarbaar riviertje richting de Rijn. Het bestuurscentrum Nijmegen was met een weg en een houten brug over de Waal direct via Lent en Elst met de limes, de Rijn, verbonden. |
|
Cultusobject |
- In 1955 kon archeoloog Bogaers op basis van de toen verrichte opgravingen nog geen duidelijk antwoord geven aan welke godheid de tempels waren gewijd. Hij vermoedde de Bataafse oppergod, namelijk Hercules Magusanus, onder welke naam deze bij de Bataven bekend was. |
|
Verering |
- Tempel, altaar en cultusbeeld vormden de centrale onderdelen van een Romeins heiligdom. Als bedevaartplaats diende het een publiek karakter te hebben, zodat zowel Bataven als Romeinse bewoners er hun rituelen en offers konden praktiseren, zoals in Kessel, Empel en Herwen. Iedere gemeenschap kon tijdens het godsdiensttolerante Romeinse bewind zijn eigen goden vereren. In deze streken verzamelden de vereerders zich daartoe niet binnen in de tempels, want dat was zoals gebruikelijk het huis voor de godheden alleen. Derks heeft zo’n 300 van Gallo-Romeinse tempels in noord-Gallië gevonden, waarvan overigens maar een deel met een publiek karakter zoals in Elst. De rest waren kleine Romeinse private (huis-) heiligdommen. Continuïteit en de kwestie Magusanus vs Martinus |
|
Bronnen en literatuur |
Literatuur: Juliaan E.A.Th. Bogaers, De Gallo-Romeinse tempels te Elst in de Over-Betuwe (Den Haag: Staatsuitgeverij, 1955); Ferdinand J. de Waele, Over de betekenis van de Gallo-Romeinse tempels te Elst (Nederland) (Brussel: Kon. Vlaamse Academie, 1955); Ton Derks, Gods, Temples and Ritual Practices. The Transformation of Religious Ideas and Values in Roman Gaul (Amsterdam: AUP, 1998) p. 215-239; Nico Roymans, Ethnic Identity and Imperial Power. The Batavians in the Early Roman Empire (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2004); Harry van Enckevort & Jan Thijssen (red.), In de schaduw van het noorderlicht. De Gallo-Romeinse tempel van Elst-Westeraam (Abcoude: Uniepers, 2005); Ton Derks, J. van Kerckhove & P. Hoff, Nieuw archeologisch onderzoek rond de Grote Kerk van Elst, gemeente Overbetuwe (2002-2003) (Amsterdam 2008); Ton Derks & Nico Roymans (red.), Ethnic Constructs in Antiquity. The Role of Power and Tradition (Amsterdam: AUP, 2009); Nico Roymans, ‘Hercules and the Construction of a Batavian Identity in the Context of the Roman Empire’, in: Derks & Roymans, Ethnic Constructs, p. 219-238; Manuel Fernández-Götz & Nico Roymans, ‘The Politics of Identity: Late Iron Age Sanctuaries in the Rhineland’, in: Journal of the North Atlantic 8 (April 2015) p. 18-32; Harry van Enckevort, ‘Stones, Tiles, Temples and Villas. A Social-Economic Transformation of the civitas Batavorum (85–120 AD)’, in: Marion Brüggler, Julia Obladen-Kauder & Harry van Enckevort (red.), Town-Country Relations in the Northern Parts of Germania inferior from an Economic Perspective (Heidelberg: Propylaeum, 2020) p. 7-17. |
|
Laatste mutatie | 05-01-2025 | |
naar het KDC, voor aanvullingen en
commentaar. |