Utrecht, H. Oswald |
||
| Gediskwalificeerd: | ja | |
|---|---|---|
| Cultusobject: | H. Oswald |
Open Street Maps
|
| Datum: | 5 augustus | |
| Periode: | Middeleeuwen | |
| Religieuze context: | Christelijk | |
| Locatie: | kapittelkerken in Utrecht | |
| Adres: | ||
| Gemeente: | Utrecht | |
| Provincie: | Utrecht | |
| Bisdom: | Utrecht | |
| Samenvatting: |
Het was een onderzoeksvraag of in de periode vóór de Reformatie de schedelreliek van de Engelse koning en heilige Oswald ooit in het bezit is geweest van een van de kapittelkerken in Utrecht. Uit onderzoek is gebleken dat er geen relatie aantoonbaar is tussen de reliek en de kapittelkerken. Er is daarmee dus ook geen sprake van verering of bedevaart. Wel is na de Reformatie de schedelreliek terecht gekomen in een schuilkerk in Utrecht, de Gertrudiskapel. Nu is de schedelreliek van de H. Oswald aanwezig in museum Het Catharijneconvent. |
|
| Auteur: | Frans Rikhof? / Marga Pauwels | |
| Illustraties: | ||
| Topografie |
- Utrecht had in de Middeleeuwen vijf kapittelkerken. Een kapittelkerk is een kerk waaraan verbonden is een kapittel ofwel bestuurscollege van seculiere geestelijken, kanunniken genaamd. Bouwkundig verschilt een kapittelkerk van een gewone parochiekerk omdat er zitplaatsen voor de kanunniken in het koor aanwezig zijn. De kapittelkerken in Utrecht waren de Sint Maartenskerk/de Dom, de Sint Salvatorkerk/Oudmunster en sinds ca. 1050 de kapittelkerk van St. Pieter en de kapittelkerken van St. Marie en St. Jan. |
|
| Cultusobject |
- Oswald (ca. 604-642) was koning van Northumbrië van 634 tot 642. Hij is geboren als zoon van koning Ethelfrid. Toen bij een opstand zijn vader werd gedood, vluchtte Oswald naar de abdij van Iona in Schotland, waar hij gedoopt werd. In 634 heroverde Oswald Northumbrië, dat bestond uit de Angelsaksische koninkrijken Deira en Bernicia. Vanwege zijn verblijf op Iona beheerste Oswald het Gaelic. Zijn regering luidde een periode in van Gaelische invloed in Northumbrië. Oswald bevorderde het christendom samen met de Ierse monnik (later heilige) Aidan, die het klooster Lindisfarne stichtte op het gelijknamige eiland. Oswald was in zijn tijd de machtigste koning in Engeland (met als titel: bretwalda). Op 5 augustus 642 sneuvelde hij op het slagveld van Maserfield in de strijd tegen het laatste rijk van de Angelsaksen waar nog de Germaanse religie werd aangehangen. Omwille van dit feit werd hij als martelaar beschouwd. Vanaf de 10e eeuw had hij een vaste plaats in de heiligenkalender van Engeland. |
|
| Verering |
- Op het slagveld van Maserfield werden het hoofd, de armen en de handen van Oswald op spiesen gezet als ritueel offer. Zijn lichaam werd een jaar later begraven en zijn schedel ging als reliek naar het klooster op het eiland Lindisfarne. In 875 werd de schedel tezamen met de resten van het lichaam van de H. Cuthbert in veiligheid gebracht voor de invallen van de Noormannen. De relieken zwierven door Engeland, totdat ze in 998 een definitieve rustplaats kregen in de kathedraal van Durham. De schedel van Oswald werd geplaatst in de lijkkist van Cuthbert. Bij het openen van de kist in 1105 werd de schedel aangetroffen. Bij een onderzoek in 1899 werd in de kist alleen het voorhoofdsbeen gevonden. |
|
| Materiële cultuur |
- De schedel van de H. Oswald is verpakt in tamelijk versleten (17e eeuws?) rode zijdedamast met een gestileerd bloembladmotief. Het omhulsel heeft de vorm van een schedel. Van de oorspronkelijke laat 15e- of vroeg 16e-eeuwse tekst zijn enkel de begin- en eindletter te lezen: O(SWAL)D. Hieronder staat geschreven: Osvaldi Regis et Martyris. |
|
| Bronnen en literatuur |
Literatuur: R.R.A. van Gruting, 'Lotgevallen van relieken van H. Oswald en H. Eusebius uit het bezit van apostolisch-vicaris Sasbout Vosmeer', in: Bijdragen en mededelingen Vereniging Gelre, 83 (1992) p. 59-71; Anique C. de Kruijf, Miraculeus bewaard. Middeleeuwse Utrechtse relieken op reis: de schat van de oud-katholieke Gertrudiskathedraal (Zutphen: Walburg Pers, cop. 2001) p. 42-44. |
|
| Laatste mutatie | 18-02-2026 | |
|
naar het KDC, voor aanvullingen en
commentaar. |
||


